In januari 2018 gaat het paleis het Loo voor 3 jaar dicht wegens grote renovatie. Vandaag, 22 september mooi weer en dus een mooie gelegenheid om het paleis te bezoeken. Eerst de tuin bezocht en ook de pompenkelder mogen zien. Die is normaal gesproken niet open maar op deze dag dus wel. In deze kelder staan de pompen die zorgen dat de fonteinen werken. Met wat uitleg werd duidelijk hoe het water naar de fonteinen gaat en vervolgens ook weer retour om opnieuw gebruikt te worden. Het water wordt ook gebruikt voor de beregening van de gazons en planten. Daarom wordt de watervoorraad regelmatig aangevuld met zomogelijk regenwater.
Daarna de route door het paleis gelopen. Habben we enige jaren terug ook al gedaan en veel was nog hetzelfde. De indruk wordt gewekt dat iedere vorst zijn of haar eigen kamer had. Komt wat vreemd over, want wat gebeurde er met al die andere kamers tijdens de regeer periode van een vorst. En waarom steeds een andere kamer en niet een kamer van de oude vorst opnieuw inrichten voor de nieuwe? Dit soort vragen heb je toch altijd als je door zo'n groot paleis loopt. Wat ook jammer is, is dat er geen aandacht aan de bedienden besteed wordt. Het is bekend dat die via aparte routes en daarbij vrijwel onzichtbaar voor de hoge personen, door het gebouw konden lopen. Die gangen en trappen zie je helemaal niet en dat geldt overigens ook voor de verblijven van die bedienden. Zelfs een keuken vind je niet terug. Toch is het paleis wel het bezoeken waard.
Als laatste nog langs de koetshuizen en stallen gelopen. Deze zijn voor een deel gevuld met rijtuigen en auto's en een deel met paarden. Dat laatste deel was afgesloten zodat we de paarden en de tuigage niet hebben gezien.
Bij de auto's viel op dat het koninklijk gezin in basis in heel normale auto's reed. Een Ford Taurus was in die jaren niet echt een aparte auto. Soms was er wel een aanpassing gemaakt zoals een verlenging van de auto zodat er meer beenruimte was en natuurlijk hadden een aantal auto's een standaard voor een vlag. Een auto met een bijzonder verhaal is de Cadillac Convertible Sedan serie 65 uit 1938. Nadat deze verkocht werd verhuisde deze naar Amerika en werd pas in 2014 terug gevonden en opnieuw gekocht.















































