De familie aan moederskant van Arie is de familie Pieters. Van deze familie zijn veel oude foto's documenten, brieven en andere zaken terug gevonden, met dank aan Lydia Pieters voor het bewaren daarvan. Hillebrand Peerdeman en Karin Wester zijn weer heel belangrijk geweest voor het achterhalen van adresgegevens van opa en oma Pieters. Via door hen bij elkaar verzamelde gegevens is een beeld te vormen van met name de werkzame tijd van opa Pieters.
Opa Pieters was onder andere timmerman en had in opvolging van zijn voorvaders, een timmerbedrijf. De vader en grootvader van opa Pieters waren ook timmerman, de overgrootvader was scheepstimmerman.
Opvallend is dat alle timmermannen Pieters trouwden met timmermansdochters en dat ze allemaal Nederlands-hervormd waren.

De familie komt uit Amsterdam en dan in het bijzonder uit de Jordaan waar ze op diverse plekken gewoond hebben. Ook hebben opa en oma hebben eerste in de Langestraat 1 op 1 hoog gewoond (huis met de lichte auto voor de deur). Zoals op de rechter foto te zien is zijn de huizen door de zelfde architect gebouwd in een stijl die destijds vooral in de nieuwe wijken buiten de Singelgracht gangbaar was en wel rond 1878. Het onderstuk van de Langestraat 1 heeft een houten pui. De voordeuren van meerdere huizen zijn van diverse ex-koetshuizen van Singel en Herengrachtbewoners.
Verhuuradvertenties wijzen erop dat dit huis dezelfde eigenaar had als Brouwersgracht 13. Omdat het Centraal Station op 15-10-1889 geopend werd moet deze advertentie na die tijd geweest zijn en mogelijk zelfs de aanleiding om dit huis te huren.
Later, toen gestopt werd met het timmerbedrijf verhuisde het gezin met de kinderen vanaf begin 1930 lnaar de Wijdenesserstraat 61 (op foto het 2e hoekhuis aan de rechterkant met open raam) en is dat het huis daarna ook weer heel lang bewoond geweest door Gerrit (de jongste zoon) met vrouw (tante Tiny) en later 2 kinderen (Han en Lydia), eerst inwonend op de eerste verdieping later in het hele huis.
Opvallend binnen de familie is de naam Hillebrand. Die komt in meerdere generaties terug. Niet altijd direkt in de mannelijke lijn maar rond 1750 blijkt de naam uit de vrouwelijke lijn van de familie Apperloo te komen. Om die historie te kunnen volgen is de familie Apperloo ook als voorouder opgenomen.
Duidelijk is wel dat de familie Pieters zeker vanaf 1750 in Amsterdam gevestigd is en mogelijk ook al voor die tijd daar woonachtig was.
Aaltje Pieters (1917-1993)

Alie Pieters was de oudste dochter met de daarbij behorende zorg. Zoals gebruikelijk in die tijd heeft ze de huishoudschool doorlopen en daarna moest er gewerkt worden.
Door allerlij oorzaken raakte ze in psychische problemen waarvoor ze op 4 oktober 1939 opgenomen werd in de Valerius kliniek. Na een terugkeer in huis op 24 januari 1940 ging het weer slecht, zo erg zelfs dat opname op 25 juli 1941 in de "Willem Aentsz Stichting" (Geneeskundige stichting tot verpleging van zenuw- en geesteszieken en geestelijk gebrekkigen) in Den Dolder nodig was. Daar heeft ze lange tijd verbleven en mocht pas 10 september 1942 met proefverlof. Niet naar huis maar naar tehuis van een soort begeleider, mw. Beekhuysen in de van Eeghenstraat 9 in Amsterdam (dit voor de volledigheid om informatie niet verloren te laten gaan).
Op 4 februai 1944 heeft ze werk gevonden bij een boer (mogelijk boer Lammers of boer Koeman) in Wijdenes (adres B 158). Daar heeft ze Dirk Schaap leren kennen. In augustus 1944 zijn ze in Nieuwendam (Amsterdam Noord) getrouwd en waarschijnlijk direct terug gegaan naar Wijdenes waar het in de oorlogsjaren beter toeven was dan in Amsterdam.
Om medische redenen is Arie tijdens die periode in Hoorn geboren.
Na de oorlog een kleine bovenwoning in de F Scholtenstraat 64 III in Amsterdam gekregen maar daar was het niet geweldig wonen ook in verband met de werkzaamheden van vader Dirk.
26 Maart 1946 verhuisden ze naar een woning in Wormerveer, Florisstraat 8. Daar waren weinig goede tijden en vele slechte tijden en is in totaal een jaar of 15 gewoond en werden de dochters Alie en Gerda geboren. Door een aantal, waaronder financële, problemen was het huwelijk niet meer houdbaar. Vader Dirk ging na een aantal omzwervingen wonen in Herkenbosch (Limburg).
Voor moeder was dit een zware tijd. De langdurige financiële zorg (zie ook de beschrijving van vader), de zorg van drie opgroeiende kinderen waarvan er twee zeker niet makkelijk waren hebben uiteindelijk tot een aantal opnames met psychische problemen tot gevolg gehad. De kinderen werden zonder noemenswaardige problemen bij kennissen onder gebracht.
Een van de argumenten bij de scheiding was dat moeder financiële hulp via social zaken zou krijgen. In die tijd ging dat echt niet zo makkelijk. Je werd ondervraagd, je situatie werd volledig doorgelicht en als je geluk had kreeg je een vorm van uitkering. In ons geval dus niet. Moeder ging werk zoeken als huishoudelijke hulp en deed dat werk bij diverse gezinnen.
Moeder (na de scheiding in 1961 weer Pieters geheten) ging haar eigen gang en zag kans om naar een andere buurt in Wormerveer Noord (Witte de Withstraat 17) te verhuizen maar werd na een paar jaar weer getroffen door rampspoed. Ze bleek MS te hebben en dat werd snel erger. Al snel kon ze niet meer lopen en zelfs niet meer staan. Een rolstoel was de oplossing, maar haar huis was daar niet geschikt voor. Verhuizen naar een vergelijkbare woning was de oplossing. Gedurende de tijd dat deze woning aangepast moest worden (aanrecht waar een rolstoel onder paste, verbrede deuren en een douche en toilet met handgrepen) werd ze ondergebracht in een verzorgingstehuis (de Noordse Balk). Dat doe ze je ergste vijand niet aan. Slapen met 3 demente ouderen op een kamer en nog veel meer elende. Er was verder weinig keus want bij geen van de kinderen kon ze met rolstoel en bedaanpassing ondergebracht worden.
Nadat ze weer in haar eigen huis kon wonen bleek hoe sterk ze eigenlijk was. Ze werd steeds activer in buurthuis "De Witte Vlinder", werd penningmeester van de gehandicapte afdeling Zaanstreek en vocht overal voor haar plekje. Winkeliers die geen gehandicapte vriendelijk winkel hadden werden door haar aangesproken en zo heeft ze voor veel veranderingen gezorgd. Een activiteit waar ze heel trots op was betrof het naar Nederland halen van een twaalftal Noord-Ierse jongeren (helft katholiek, helft protestant) voor een vakantie.

Haar einde kwam ook wel op een speciale manier. Een wond aan haar been die niet wilde genezen was aanleiding om haar in het ziekenhuis op te nemen. Ze is het zienhuis niet meer uitgekomen. Haar einde kwam snel maar was zo erg pijnlijk dat iedereen vrede had met haar heengaan.
Hillebrand Pieters (1885-1958)
Opa Pieters was een man met echte Amsterdamse humor, geboren in de Jordaan als zoon van een timmerman. En natuurlijk werd hij zelf ook timmerman met een eigen timmerbedrijf dat al mogelijk door zijn grootvader gestart was. Bijzonder is dat dit bedrijf overgenomen is door Combrink waar later ome Arie weer gewerkt heeft en zelfs dat bedrijf weer zelf voortgezet heeft. Hendrik Jan Combrink (1891/1988) was net als opa Pieters actief in de bouw. Eerst als metselaar, later als aannemer en makelaar en op een ingewikkelde manier waren ze ook nog eens familie. Via Hillebrandus Apperloo (broer van de grootmoeder van opa) komen we bij de familie Blaaser (die familie van caberetier Jan Blaaser en toneelspeelster Ellen Blaaser) en via die familie in ongeveer 1860 getrouwd met Jacob Combrink. Dat was dan weer de grootvader van de Hendrik Jan Combrink. Hendrik Jan had zelf geen kinderen, vandaar dat zijn timmerbedrijf over kon gaan naar ome Arie.
Er is nog een verhaal te vertellen waarbij Hendrik Jan Combrink en ome Arie betrokken zijn. Als timmerbedrijf met een specialisatie in winkelinrichting hebben ze in 1952 een VIVO winkel in Wognum ingericht. Dit feit heeft de plaatselijke krant gehaald. Het timmerbedrijf zal wel meer winkels ingericht hebben, maar deze winkel is weer bijzonder omdat de eigenaar van de winkel, de heer W. Overboom weer familie is van Karin Wester en dat is weer de vrouw van Hillebrand Peerdeman. Zo komen bij het onderzoek van de familie historie soms leuke connecties aan het licht. Dit feit is overigens gevonden door Karin Wester zelf.
Opa Pieters was echter niet alleen timmerman. Hij is ook in 1921 benoemd als meubel makelaar, een beroep dat toen blijkbaar bestond. Verder was hij ook nog metselaar en aannemer. Het timmerbedrijf was enige jaren gevestigd in de Dirk van Hasselsteeg 22-28 en zelfs het toenmalige telefoonnummer was bekend: C4486. Post was een belangrijk communicatiemiddel, daarom had het bedrijf een eigen bedrukte briefkaart.
Tussen 1928 en 1932 is het bedrijf gestopt en kwam de boekbinderij en brocheerinrichting van H. van Tol in deze panden.
Zoals gebruikelijk kwam ook Hillebrand in aanmerking voor het vervullen van zijn dienstplicht. Op 24 december 1904 werdhij daar voor gekeurd. 

Hij trouwde in 1915 met Aaltje Stierman en zij kregen meerdere kinderen. Eerst Hillebrand (Hil), daarna Aaltje (Alie), toen een zoon Arie die nog geen maand geleefd heeft, vervolgens Marie (Rie), Arie, Johanna (Annie) en als laatste de benjamin Gerrit.
Zijn gezondheid was echter niet zo best. Begin 1942 kreeg hij last van een ernstige longontsteking,of zoals het politie procesverbaal stelde: kolendampvergiftiging, zodat hij op 24 september 1942 opgenomen moest worden in rusthuis "Bosch en Heide" te Laren.
Dat was geen prettige tijd. Het waren de eerste oorlogsjaren, de oudste zoon Hillebrand (Hil) van 26 februari 1943 tot 2 februari 1944 te werk gesteld in Merseburg (Duitsland), de oudste dochter Aaltje (Alie) opgenomen in een psychiatrische inrichting en ook de tweede zoon Arie was jaren lang te werk gesteld in Duitsland. De twee andere dochters hadden vrijwel geen inkomen, dus was het armoede troef. In 1943 werd hij als genezen beschouwd en mocht hij weer naar huis.
Later bleek dat hij tuberculose had en kon daarom niet meer werken. Opname in verschillende ziekenhuizen zoals het Wilhelmina Gasthuis en sanatorium "Zonnenstraal" Loosdrechtsebos 7 in Hilversum waren noodzakelijk. Thuis lag hij vanwege deze zeer besmettelijke ziekte in een klein kamertje met een glazen deur en de kleinkinderen mochten alleen achter deze deur met hem praten. Ook als onze ouders op bezoek gingen in Hilversum mochten wij als kleinkinderen niet mee naar binnen. We moesten buiten bij de auto wachten. Zo vlak na de oorlog was deze ziekte heel berucht. De oudste kleinkinderen werden dan ook voor alle veiligheid ingeënt. Daarmee waren we op school bijzonder. Ten eerste moesten we ieder half jaar voor controle waarbij er iedere keer een röntgen foto gemaakt werd en ten tweede kreeg ieder kind op gezette tijden een aantal tbc controle krasjes met een soort kroontjes pen op de arm. Deze krasjes mochten niet opkomen zoals dat genoemd werd. Bij ons juist weer wel en dat gaf iedere keer weer paniek bij het controle personeel. Het is later toch goedgekomen.
De voorzieningen op het gebeid van ziektekosten waren in die tijd nog niet zo goed geregeld. Zo waren de kinderen verantwoordelijk voor de gemaakte verbouwingskosten van de ziektekamer en de inrichting daarvan. Vrijwel iedereen had het niet breed in die tijd, veel gezinnen waren net gesticht en hun kinderen (wij dus de kleinkinderen) waren behoorlijke kostenposten. Het vrijwillig bijdragen naar vermogen in de gemaakte kosten ging niet probleemloos en leidde tot behoorlijke woordenwisselingen. Uiteindelijk is het toch goed gekomen.
In 1955 werd het 40-jarig jubileum gevierd. Zowel opa als oma waren op dat moment al oud.
Ik weet niet of Combrink de zaak van Opa Pieters heeft overgenomen of misschien alleen de aanwezige machines heeft gekocht. Kan ook zijn dat Combrink een opdracht gever is geweest van Opa Pieters waardoor er een zakelijke relatie is ontstaan.
Heb wel ooit gehoord dat de fabriek van onze Opa een zeer goede reputatie had. Het was ook een Elektrische Timmerfabriek wat in die tijd vooruitstrevend was. Het beroep van mijn vader was ook electricien dus misschien toch wat aanleg in de familie op dat gebied.
Combrink was zeker ook makelaar en was vermogend. Misschien is dit ook de reden dat zijn onderneming wel de crisis jaren 30 en de tweede wereldoorlog heeft overleefd en de zaak van onze Opa niet. Onze Opa had ook een gezondheids probleem. Hij is diverse keren opgenomen geweest in verpleeghuis Zonnestraal in Hilversum. Veel mensen leden in die tijd aan TBC, onze Opa ook. Het was geen vetpot in de Wijdenessertraat in die tijd.
Heb de indruk dat Combrink veel goed heeft gedaan voor onze familie en respect had voor onze Opa.
Ome Hil en Ome Arie zijn in de oorlog te werk gesteld in Duitse fabrieken voor een periode van ongeveer drie jaar. Mijn vader niet, die was te jong. Mijn vader is in
de hongerwinter van 1944 in Wijdenes terecht gekomen met ouders en zussen. Jouw man dankt daar ook zijn bestaan aan (hihi).
Na de oorlog is Ome Arie als timmerman in dienst gekomen van Combrink. Hij heeft zich altijd enorm ingezet voor deze firma. Misschien was er nog “iets” goed te maken
Winkels interieurs maken was zeker in de begin jaren een belangrijke bron van inkomsten. Deze verbouwingen vonden plaats door het gehele land en soms waren zij dagen van huis. De verbouwing van de ViVO in Wognum is met grote waarschijnlijkheid dus uitgevoerd door Combrink met medewerking van Ome Arie.
Jaren later zocht ik Ome Arie vaak ‘s avonds op in de werkplaats aan de Valkenburgerstraat. Ook in de avonduren ging hij door met werken. Ome Arie betekende zoveel voor de zaak dat hij in 1974 een nieuwe Opel Ascona heeft gekregen van Combrink om zijn werkzaamheden wat comfortabeler uit te kunnen voeren. Ik weet zelfs het kenteken nog, 85-BK-10. Later toen ik mijn rijbewijs haalde in 1977, heb ik nog zelf nog vaak in deze auto gereden.
Combrink zelf was een Citroën rijder. Om de zoveel jaar kocht hij een nieuwe DS (snoek) waar Ome Arie altijd over vertelde.
Ik heb Combrink eenmalig persoonlijk ontmoet. Ome Arie ging bij Combrink in de tuin een nieuwe schuur bouwen. Ik heb toen geholpen door het gehuurde vrachtwagentje te besturen en de houten balken de tuin in te tillen. Heb toen nog een rondleiding gekregen door de Vila.
Het enige wat ik mij nog herinneren is de Citroën DS in de garage. Dit moet ergens in de tachtiger jaren geweest zijn van de vorige eeuw.
Volgens mij was Ome Arie nog de enige overgebleven medewerker toen de, door mij eerder genoemde werkplaats, aan de Valkenburger gesloopt moest worden
i.v.m. woningbouw. Het bedrijf is toen beëindigd en Ome Arie heeft de machines overgenomen en is op latere leeftijd voor zichzelf begonnen met een werkplaats aan de Ringdijk te Amsterdam. Later zijn de machines verplaatst naar de kelder van zijn woonhuis aan de Bredeweg.
De “Pieters” waren erg trouw aan hun werkgevers. Ome Hil heeft 50 jaar gewerkt bij de Kas Associatie. Hij begon als liftboy in 1930 en is op zijn 65ste gepensioneerd als Procuratiehouder in 1980. Mijn vader heeft ook altijd voor dezelfde werkgever gewerkt. Veertig jaar bij GVB Amsterdam en is op zijn 57ste gepensioneerd i.v.m. veertig dienstjaren. Mijzelf is dat nooit gelukt.
Wijdenesserstraat.
Door woning te kort en slechte woningen in het centrum, heeft Amsterdam in de jaren twintig en daarna, z.g. Tuindorpen gebouwd. Nieuwendam was daar een van. Huizen met tuinen waren toen Uniek en de familie Pieters is verhuist van de Langestraat naar de Wijdenesserstraat.
In die tijd een hele stap om naar de andere kant van het IJ te gaan. Het was net zoiets als de verhuizing van de latere Amsterdammers naar Purmerend en Almere. Heb weleens van mijn vader gehoord dat zijn collega’s vonden dat hij heeeeel ver weg woonde. In die tijd bestonden er nog geen tunnels en de eerste vaste verbinding waren de Schellingwouder bruggen, geopend in 1957.
Ik weet niet precies wanneer de verhuizing heeft plaatsgevonden. Wat ik wel weet is dat mijn vader de enige van de zes is, die in het huis is geboren in 1932. Tante Annie is geboren in 1927, dus ik neem aan dat de verhuizing tussen 1927 en 1932 heeft plaatsgevonden. Zij waren niet de eerste bewoners maar de tweede na de bouw.
Het huis is dus tot het jaar 2000 gehuurd door de zelfde familie. Heb ooit gehoord dat de bouwkosten van het huis 4500 gulden bedroegen. De huur was niet erg hoog maar de woningbouw heeft op nummer 61 goede zaken gedaan.
Grappig is wel te vertellen dat in mijn jeugd alle vriendjes gingen verhuizen omdat het oud en klein was. Nu zijn de huizen z.g. her ontdekt en worden aangeboden als zijnde “huizen met karakter”voor ongeveer 300.000 euro. De straat staat vol met bakfietsen, ja de wereld kan veranderen.
Aaltje Stierman (1893-1963)




Geboren in de Nieuwe Oosterburgerstraat 11 in Amsterdam, een straat op het eiland Oosterburg met scheepswerven in het IJ.
Er is binnen de familie een album bewaard gebleven met een verzameling prentbriefkaarten gericht aan Aaltje op genoemd adres.
Van de familie van oma Pieters, de familie Stierman, zijn gegevens terug t vinden tot 1626.
De familie komt oorspronkelijk uit Giesen-Oudekerk in Zuid-holland, maar de ouders van oma, Arie Stierman en Aaltje van Geem, zijn al respectievelijk geboren in Amsterdam en Niewendam. Toen zij trouwden zijn ze gaan wonen in de Nieuwe Oosterburgerstraat 10. Daar werd de oudste dochter Johanna geboren. Later werd in mei 1885 verhuist naar het geboortehuis van oma op nummer 11 waar ook de andere kinderen geboren werden.
De grootouders van oma waren Adriaan Stierman, geboren 5 februari 1833 in Nieuw-Lekkerland en Janna Burggraaf, geboren op 8 januari 1837 in Gouderak. In 1860 zijn zij gaan wonen in Amsterdam op het Prinsen Eiland 167, vervolgens in november 1861 in de Galgenstraat 248.
De vader van Pieter Pieters Stierman is de laatst gevonden familielid. De naam Stierman is mogelijk een verbastering van Stuurman.
Andere takken gaan vrijwel net zover terug. Ook is er een relatie in de tak van oma Pieters met bekende Nederlanders uit de theaterwereld, Bep Nooy en Jan Blaaser.
Van het overlijden van Oma Pieters is de door ome Hil opgemaakte balans en verdeling nog bewaard gebleven.

Hillebrand Pieters (1843-1917) en Maria Dorland (1848-1934) als ouders van Hillebrand Pieters
Hillebrand Pieters werd geboren op 4-1-1843 in Amsterdam. Dit gegeven is terug te vinden via Familysearch.
Hillebrand werd volgens de familietraditie, timmerman en trouwde vervolgens op 25-2-1874 met Maria Dorland (of Dorlant). Er bestaat wat verwarring over de naam Dorland of Dorlant. In veel aktes geschreven als Dorlant maar als de persoon zelf zijn naam schrijft is het Dorland.Dat lijkt dan daarom de juiste schrijfwijze te zijn, hoewel de schrijfwijze Dorlant in officiële stukken meer voorkomt. Maria was de dochter van Gerrit Dorland en Maria Apperloo en woonde in de Tweede Kattenburgerstraat.
Hier wordt het verwarrend, want de moeder van Maria Dorland is Maria Apperloo en dat is de zus van haar schoonmoeder (of de zus van de oma van Hillebrand) zoals blijkt uit de betreffende geboorte aktes. Zowel Maria Apperloo als haar schoonmoeder Johanna Maria Apperloo hebben dezelfde ouders, Jacob Apperloo en Engeltje Hoflandt. Met andere woorden: Hillebrand trouwde met zijn nicht. Op zich was dit toegestaan en kwam het meer voor binnen kleinere gemeenschappen (bij voorbeeld Volendam).
De familie Dorland met meerdere afwijkende schrijfwijzes, kan terug gevonden worden tot ongeveer 1590 met als oudst bekende telg Gerrit Jansz Dorlandt (1590-1636). Eigenlijk is zijn vader Jan Dorlandt ook bekend maar daar zijn verder helemaal geen gegevens van te vinden.
Hillebrand en Maria kregen 9 kinderen. De stamhouder van de familie Pieters is Hillebrand.
De oude Hillebrand overleed 25 mei 1917. 
Maria Dorland overleed enige jaren later op 8 februari 1934. De overlijdensaangifte lijkt te ontbreken.
Dit gezin is binnen Amsterdam meerdere keren verhuisd. Op zich niet zo van belang, maar het is wel een basis waaruit de gezinssamensteliing op te maken is. Ook blijken er verschillende generaties en familieleden op hetzelfde adres gewoond te hebben, misschien zelfs wel gelijktijdig waardoor de relaties ontstaan kunen zijn. Zo zijn Hillebrandus Apperloo (geboren 1813) met zijn vrouw Dorothea Allegonde Buijs (geboren 1820) op hetzelfde adres in de Driekhoek nummer 4 (huis) ingeschreven geweest als Gerrit Dorland (geboren 1814) en Hillebrand Pieters (geboren 1843) met zijn vrouw Maria Dorland (geboren 1848) en de eerste drie kinderen. Daarvoor moet Hillebrand met zijn vrouw Maria en het oudste kind Gerrit (geboren 1874) al in de Goudsbloemstraat 117 gewoond hebben. Daar zijn nog 3 kinderen geboren waarvan de dochter Hendrika ook weer overleden is. Bijzonder is dat in de Goudsbloemstraat 205 ook een familie Pieters gewoond heeft waarvan de vader ook Barend Heette. Deze Barend is 10-1-1774 op Ameland geboren en op 23-8-1852 op dit adres overleden. Ook adressen Sint Nicolaasstraat nummers 33 en 41 worden als woonadres genoemd.
Hillebrand heeft ook zijn dienstplicht vervuld.
Bekend is door een overlijdensadvertentie van zijn vader (Barend, overleden in 1852) dat die al een timmermans bedrijf had en dat Hillebrand samen met zijn broers zou voortzetten. Anderzijds is bekend dat er rond 1928 een timmerbedrijf gevestigs was in de Dirk van Hasseltsteeg 22. Van dit adres is een bouwtekening bekend uit 1869 waarbij de woning verbouwd moest worden tot werkplaats. Aannemelijk is dat dus in opdracht van Hillebrand Pieters gebeurd is. Het verbouwde pand is ook net te zien op de foto bij de beschrijving van zijn zoon Hillebrand Pieters (1885-1958).
Het bedrijf werd omstreeks 1928 beëindigd en overgenomen door van Tol's Boekbinderij. Ergens tussen 1993 en 1994 zijn veel panden vervangen door nieuwe, waaronder dit pand. De huidige situatie laat een nieuw pand zien waarbij de naam nog herinnerd aan het verleden.
Barend Barendsz Pieters (1798-1852) en Johanna Maria Apperloo (1799-1862) als ouders van Barend Pieters
Barend Pieters werd geboren op 20-1-1798 in Amsterdam. De doop volgde op 26-1-1798. Deze gegevens zijn terug te vinden in het gemeentelijk archief van Amsterdam.
Johanna Maria Apperloo is geboren op 8-10-1799 en gedoopt op 27-10-1799 in Amsterdam.
Barend werd timmerman en hij en Johanna Maria trouwde op 6-12-1820.
Zij hebben in ieder geval samen met hun kinderen gewoond op de Lindegracht 42. Van de 7 kinderen die ze kregen is er 1 snel overleden en een ander op het moment van maken van onderstaand document, al getrouwd en dus uit huis. Hierin wordt abusievelijk een onjuist geboortejaar genoemd. Blijkbaar wisten ze dat niet goed. De juiste volgorde is onbekend, maar in 1828 woonden ze op de Palmgracht 7. Of dat voor of na de Lindengracht is in niet duidelijk.
In totaal kregen zij 7 kinderen waarvan Abraham Hillebrand geboren in 1840 al in 1841 overleed. Van de overige kinderen in Hillebrand van belang voor de stamboom. Opmerkelijk is dat Maria Geertruida Pieters op 24-3-1847 getrouwd is met Conraad Smit. Nadat ze op 24-7-1849 overleden was is haar zus Engeltje op 20-7-1853 met dezelfde Conraad Smit getrouwd.
Barend overleed op 24-6-1852 op 54-jarige leeftijd volgens de gegeven verkregen via Familysearch.
Dat Barend Pieters niet oud is geworden blijkt ook uit de overlijdensadvertentie in het Algemeen Handelsblad van 29-6-1852 en de notitie in bovenstaand blad uit het bevolkingsregister. Hij heeft daarmee nog 2 jaar korter geleefd dan zijn vader. Ook maakt deze advertentie duidelijk dat Barend al een timmerbedrijf had dat vervolgens door de zonen voortgezet is.

Johanna Maria Apperloo overleed op 13 juni 1862.
Baarend Pieters (1767-1803) en Maria Tinnegieter (1760-1824) als ouders van Barend Baarendsz Pieters en Jacob Apperloo (1769-1828) en Engeltje Hofflandt (1774-1829) als ouders van Johanna Maria Apperloo.
De oudst bekende telg van de familie Pieters is Barend Pieters, geboren in ongeveer 1767 in Amsterdam. Als beroep was hij scheepstimmerman. Wel bekend is dat zijn vader ook Barend heette, dus eigenlijk is dat de oudste maar dan zonder verdere gegevens. Die was aanwezig bij de ondertrouw inschrijving van het eerste huwelijk van zijn zoon. Verdere gegevens ontbreken.
Op 6-5-1791 ging hij in Amsterdam in ondertrouw met Grietje Ernst, waarschijnlijk even oud als Barend waana het huwelijk op 22-5-1791 voltrokken werd.
Uit dat huwelijk werd één zoon geboren. Op 6-5-1792 werd Baarend geboren zoals blijkt uit het geboorteregister van Amsterdam.
Bij deze aangifte was Maria Tinnegieter als getuige aanwezig. Wat haar relatie ten opzichte van Barend en Grietje was, is niet bekend.
Vermoedelijk is Grietje bij de geboorte van hun zoon overleden want op 12 augustus 1792 trouwde Barend met Maria Tinnegieter die ongeveer in 1760 geboren was, ook in Amsterdam. Dit huwelijk en de berekening van vermoedelijke geboorte data blijkt uit het huwelijksregister van de gemeente Amsterdam. Uit deze huwelijksinschrijving blijkt ook dat Barend weduwnaar was van Grietje Ernst.
Vlak na het tweede huwelijk van zijn vader overleed de jonge Barend.
Barend en Maria kregen meerdere kinderen. Voor de familiestamboom is alleen de geboorte van hun zoon Barend op 20 januari 1798 van belang.
Barend overleed op 4-3-1803 en woonde op dat moment op de Lindegracht en werd begraven op het Karthuizer kerkhof.
Maria Tinnegieter leefde ruim 20 jaar langer en werd op 11-7-1824 opgenomen in het Buitengasthuis en overleed dar op 1 oktober 1824. Op het moment van opname woonde ze op de Palmgracht 7.
De geschiedenis van de familie Apperloo gaat verder terug dan die van de familie Pieters. Daarom wordt van deze familie de bekende gegevens vermeld.
Jacob Apperloo werd half maart in 1769 geboren en op 22 maart van dat jaar gedoopt. Hij overleed op 4 november 1828. Op dat moment woonde hij in de Vierwindenstraat 10. In deze familietak was Jacob de eerste in Amsterdam geborene.
Engeltje Hofflandt (Hofland) werd half februari 1774 geboren en op 13 februari 1774 gedoopt.
Engeltje Hofflandt overleed op 15 oktober 1829 en woonde op dat moment op de Krommepalmstraat 7.
Hillebrand Apperloo (1745-1778) en Johanna Maria van der Veen (1740-1794) als ouders van Jacob Apperloo
Geboortegegevens van beide voorouders en overlijdensgegevens Johanna Maria van der Veen zijn niet terug te vinden. Wel de huwelijksaankondiging van 17 januari 1766 waarbij opvalt dat de moeder van Johanna Maria van der Veen Anna (in huwelijksaankondiging) of Antie (in geboorte aangifte van zoon Jan Jacob) Pieters heet. Opvallend en toevallig in een stamboom van de familie Pieters.
Ook opvallend is dat de familie Apperloo zijn oorsprong niet in Amsterdam heeft maar in Wannerperveen in Overijssel en dat Hillebrand als schipper verzeild is geraakt in Amsterdam en voer op de Blyksloot toen hij als overleden gemeld werd.
In het verleden was de detaillering van de huisvesting, zeker in de kleinere en armere straten en stegen, niet zo nauwkeurig. Meestal werd de betreffende woning aangeduid als liggend in een bepaalde straat en ten opzichte van een bepaald kenmerk. Dat was in 1766 ook het geval. Hierbij valt op dat Johanna Maria van der Veen woonde in de Dirk van Hasseltsteeg. Een steeg die later in de tijd ook belangrijk was voor de familie Pieters. Er is een apart blad aan besteed.
Van de familie Pieters zijn geen voorouders meer bekend, van de familie Apperloo wel. Deze is tot ongeveer 1614 terug te vinden.
Er zijn nog wat meer documenten gevonden waarin familieleden genoemd worden. Deze zijn hier voor de volledigheid (zonder volledig te zijn) weer gegeven.


De Dirk van Hasseltsteeg loopt van de Nieuwendijk naar de Nieuwezijds Voorburgwal en daarmee liggend in een van de oudste delen van Amsterdam.
Op de foto de Dirk van Hasseltssteeg 39 en hoger, gezien naar de Nieuwezijds Voorburgwal.
Achter de lantaarnpaal gaat een slop schuil dat naar de Suikerbakkerssteeg voert. Dat slop heeft veel verschillende namen, maar men hanteert als belangrijkste naam: Louwenpoortje of ook wel Spanjaard-en-Louwenpoortje genoemd.
Als we het Louwenpoortje door zouden lopen betraden we met de Suikerbakkerssteeg grondgebied van het voormalig Geertruidenklooster. Na de Alteratie bleef niets van het klooster bewaard. Een gedeelte, aanvankelijk de kapel, kwam in gebruik van een suikerbakker, waar de steeg zijn naam aan dankt. De steeg is dus oeroud en diende als achteruitgang van het Onze-Lieve-Vrouwegasthuis aan de Nieuwendijk. Op de tekening is de latere Suikerbakkerssteeg het pad dat zich om de kapel slingert.
In deze straat is enige tijd op nummers 22-28 de timmerfabriek van H. Pieters gevestigd, vandaar de aandacht voor deze straat of eigenlijk, steeg. Later werd op deze plaats de boekbinderij van Tol gevestigd. Na de sloop van deze panden en herbouw herrindert de naam van dit pand aan het verleden.
Het volgend verslag geeft een indruk hoe de buurt waarin deze steeg ligt in het verleden uitzag.
Een verslag uit het begin van deze eeuw (20e eeuw) geeft een impressie van de toestanden in bepaalde dichtbevolkte buurten. Op een zondagmorgen in het begin van deze eeuw dwalen twee mannen, een journalist en een fotograaf, door de stegen en gangen op de Nieuwezijde van Amsterdam. Dit verslag heeft hetzelfde effect als de regels in het bibliotheekboek, namelijk een uitnodiging voor de lezers om door de ogen van de journalist door de vroeg 20ste-eeuwse stad te dwalen...De mannen praten over het labyrint van de binnenstad en belanden in de stegen en gangen rond de Dirk van Hasseltssteeg. Ze waren gewaarschuwd op te passen in die achterbuurten, ook voor 'minder gewenschte zegeningen die soms van boven konden komen'. Gelukkig blijkt 'het volk uit de onbekende Amsterdamsche buurten ... zoo kwaad niet!' Het was in die tijd duidelijk ongepast en gevaarlijk om je in bepaalde stadsdelen te begeven. Op een gegeven moment staan ze voor de Spanjaardspoort: "Is men eenigszins vreesachtig van natuur, dan durft men dit smalle doorgangetje niet binnentreden. En toch loont het de moeite, wanneer men dit doet...Het is niet te ontkennen, dat de buurt tusschen de Dirk van Hasseltssteeg en de Sint Nicolaasstraat tot eene der meest interessante stadsgedeelten van Amsterdam behoort. Doch eenmaal zal de tijd komen, dat de doolhoven, die men daar nu nog aantreft, verdwenen zullen zijn. Het Hol - eertijds de bekende nauwe steeg die op den Nieuwendijk uitkwam - bestaat reeds niet meer en het Louwensteegje, de Spanjaardspoort en het Heerensteegje zullen ook eenmaal op de stadskaarten gemist worden". Deze door de schrijver voorspelde tijd zou uiteindelijk het jaar 1994 zijn. Vorig jaar is immers de bouw begonnen van het multi-functionele project 'De Kolk' van de ABN-AMRO, waardoor de middeleeuwse structuur teloor is gegaan. De journalist is er niet echt treurig om, want: "In den tijd van zorgen voor hygiëne - in den tijd der woningwetten kunnen dergelijke antiquiteiten niet blijven bestaan!".
De structuur van het gebied en de bebouwing rond de Dirk van Hasseltssteeg konden ons net zoveel vertellen over de stad als het hierboven aangehaalde kranteartikel. De Dirk van Hasseltssteeg bijvoorbeeld is een overblijfsel van de prestedelijke werenstructuur. De steeg is genoemd naar de schipper Dirk van Hasselt die in 1364 en 1381 in archiefstukken wordt genoemd en in deze steeg een (hoek)pand bezat. De stegen die op de Dirk van Hasseltssteeg uitkwamen, waren de Zilversmidsgang, de Stuiversgang, de Bakkersgang, het Meester Louwenpoortje dat via het Heerensteegje, Spanjaardspleintje en Papengang uitkwam in de Spanjaardspoort en de Zeevemakersgang.
Veel in deze buurt is inmiddels tussen 1993 en 1994 gesloopt en vervangen door nieuwe panden. Het karakter van deze middeleeuwse structuur is daarmee verloren gegaan.
Beschrijving Dirk van Hasseltssteeg 22 (ged.) en 28 (ged.) v.r.n.l. geheel rechts. Daar tegenover achtergevels Dirk van Hasseltssteeg 25 (ged.) - 35 (ged.) v.r.n.l. Links daarvan de zijgevel van het achterhuis van Dirk van Hasseltssteeg 37 en geheel links de zijgevels van Suikerbakkerssteeg 14 - 16, gezien vanuit de restanten van de voormalige bioscoop 'Cinema Royal'.

De sloop ging niet zonder slag of stoot. Er moest in ieder geval een proces gevoerd worden om een aantal panden te laten ontruimen. Ook moesten er krakers verwijderd worden uit de Nieuwezijds Kolk en de Dirk van Hasselsteeg (Gereformeerd Gezinsblad dd 17-2-1994).
Wel ging het daarna snel zodat er aan het eind van het jaar al panden in de verkoop aangeboden konden worden (Telegraaf dd 7-12-1994).
Bij het onderzoek naar de familie Pieters zijn er een aantal min of meer nauwkeurige adressen terug gevonden. Dat was aanleiding voor Arie en Hillebrand om 20 oktober 2019 een wandeling te gaan maken langs deze bekende adressen die voornamelijk terug te vinden zijn in de Jordaan. Met recht kan dan ook gesproken worden over een Jordanese familie.
Het weer zat deze dag erg mee zodat ook de foto's van de gevonden adressen of straten er ook zonnig uitzagen en dat voor eind oktober. Het was zo lekker weer dat we onze lunch op een terras op de Lindegracht genuttigd hebben.
Veel van de gevonden adressen zijn niet meer in de oorspronkelijke staat. De oude huizen zijn daar afgebroken en vervangen door nieuwe, die we dan toch maar gefotografeerd hebben.
Van de familie Pieters kan nog veel informatie bij elkaar gesprokkeld worden. Er zijn nog wel wat documenten, brieven en foto's en zelfs nog verhalen. Het kunnen vastleggen zal echter nog wat tijd kosten.
Het programma waarin de stamboom gemaakt is kent vele mogelijkheden. Wil je daar eerst een uitleg over kijk dan hier.
De stamboom van de familie Pieters is onderdeel van de totale stamboom van Arie en Petra en is hier te bekijken. Let hierbij op, de stamboom begint bij de houder van de stamboom en dat is Arie. Levende personen worden niet weergegeven.
Er zijn beschrijvingen van andere families beschikbaar. De verwijzingen daar naar staan hieronder.
Een apart deel van de gezamelijke geschiedenis van de families Schaap en Pieters is de vinden in een aparte beschrijving.












































































































































