Hillebrand Pieters (1885-1958)
Opa Pieters was een man met echte Amsterdamse humor, geboren in de Jordaan als zoon van een timmerman. En natuurlijk werd hij zelf ook timmerman met een eigen timmerbedrijf dat al mogelijk door zijn grootvader gestart was. Bijzonder is dat dit bedrijf overgenomen is door Combrink waar later ome Arie weer gewerkt heeft en zelfs dat bedrijf weer zelf voortgezet heeft. Hendrik Jan Combrink (1891/1988) was net als opa Pieters actief in de bouw. Eerst als metselaar, later als aannemer en makelaar en op een ingewikkelde manier waren ze ook nog eens familie. Via Hillebrandus Apperloo (broer van de grootmoeder van opa) komen we bij de familie Blaaser (die familie van caberetier Jan Blaaser en toneelspeelster Ellen Blaaser) en via die familie in ongeveer 1860 getrouwd met Jacob Combrink. Dat was dan weer de grootvader van de Hendrik Jan Combrink. Hendrik Jan had zelf geen kinderen, vandaar dat zijn timmerbedrijf over kon gaan naar ome Arie.
Er is nog een verhaal te vertellen waarbij Hendrik Jan Combrink en ome Arie betrokken zijn. Als timmerbedrijf met een specialisatie in winkelinrichting hebben ze in 1952 een VIVO winkel in Wognum ingericht. Dit feit heeft de plaatselijke krant gehaald. Het timmerbedrijf zal wel meer winkels ingericht hebben, maar deze winkel is weer bijzonder omdat de eigenaar van de winkel, de heer W. Overboom weer familie is van Karin Wester en dat is weer de vrouw van Hillebrand Peerdeman. Zo komen bij het onderzoek van de familie historie soms leuke connecties aan het licht. Dit feit is overigens gevonden door Karin Wester zelf.
Opa Pieters was echter niet alleen timmerman. Hij is ook in 1921 benoemd als meubel makelaar, een beroep dat toen blijkbaar bestond. Verder was hij ook nog metselaar en aannemer. Het timmerbedrijf was enige jaren gevestigd in de Dirk van Hasselsteeg 22-28 en zelfs het toenmalige telefoonnummer was bekend: C4486. Post was een belangrijk communicatiemiddel, daarom had het bedrijf een eigen bedrukte briefkaart.
Tussen 1928 en 1932 is het bedrijf gestopt en kwam de boekbinderij en brocheerinrichting van H. van Tol in deze panden.
Zoals gebruikelijk kwam ook Hillebrand in aanmerking voor het vervullen van zijn dienstplicht. Op 24 december 1904 werdhij daar voor gekeurd. 

Hij trouwde in 1915 met Aaltje Stierman en zij kregen meerdere kinderen. Eerst Hillebrand (Hil), daarna Aaltje (Alie), toen een zoon Arie die nog geen maand geleefd heeft, vervolgens Marie (Rie), Arie, Johanna (Annie) en als laatste de benjamin Gerrit.
Zijn gezondheid was echter niet zo best. Begin 1942 kreeg hij last van een ernstige longontsteking,of zoals het politie procesverbaal stelde: kolendampvergiftiging, zodat hij op 24 september 1942 opgenomen moest worden in rusthuis "Bosch en Heide" te Laren.
Dat was geen prettige tijd. Het waren de eerste oorlogsjaren, de oudste zoon Hillebrand (Hil) van 26 februari 1943 tot 2 februari 1944 te werk gesteld in Merseburg (Duitsland), de oudste dochter Aaltje (Alie) opgenomen in een psychiatrische inrichting en ook de tweede zoon Arie was jaren lang te werk gesteld in Duitsland. De twee andere dochters hadden vrijwel geen inkomen, dus was het armoede troef. In 1943 werd hij als genezen beschouwd en mocht hij weer naar huis.
Later bleek dat hij tuberculose had en kon daarom niet meer werken. Opname in verschillende ziekenhuizen zoals het Wilhelmina Gasthuis en sanatorium "Zonnenstraal" Loosdrechtsebos 7 in Hilversum waren noodzakelijk. Thuis lag hij vanwege deze zeer besmettelijke ziekte in een klein kamertje met een glazen deur en de kleinkinderen mochten alleen achter deze deur met hem praten. Ook als onze ouders op bezoek gingen in Hilversum mochten wij als kleinkinderen niet mee naar binnen. We moesten buiten bij de auto wachten. Zo vlak na de oorlog was deze ziekte heel berucht. De oudste kleinkinderen werden dan ook voor alle veiligheid ingeënt. Daarmee waren we op school bijzonder. Ten eerste moesten we ieder half jaar voor controle waarbij er iedere keer een röntgen foto gemaakt werd en ten tweede kreeg ieder kind op gezette tijden een aantal tbc controle krasjes met een soort kroontjes pen op de arm. Deze krasjes mochten niet opkomen zoals dat genoemd werd. Bij ons juist weer wel en dat gaf iedere keer weer paniek bij het controle personeel. Het is later toch goedgekomen.
De voorzieningen op het gebeid van ziektekosten waren in die tijd nog niet zo goed geregeld. Zo waren de kinderen verantwoordelijk voor de gemaakte verbouwingskosten van de ziektekamer en de inrichting daarvan. Vrijwel iedereen had het niet breed in die tijd, veel gezinnen waren net gesticht en hun kinderen (wij dus de kleinkinderen) waren behoorlijke kostenposten. Het vrijwillig bijdragen naar vermogen in de gemaakte kosten ging niet probleemloos en leidde tot behoorlijke woordenwisselingen. Uiteindelijk is het toch goed gekomen.
In 1955 werd het 40-jarig jubileum gevierd. Zowel opa als oma waren op dat moment al oud.


