Ik weet niet of Combrink de zaak van Opa Pieters heeft overgenomen of misschien alleen de aanwezige machines heeft gekocht. Kan ook zijn dat Combrink een opdracht gever is geweest van Opa Pieters waardoor er een zakelijke relatie is ontstaan.
Heb wel ooit gehoord dat de fabriek van onze Opa een zeer goede reputatie had. Het was ook een Elektrische Timmerfabriek wat in die tijd vooruitstrevend was. Het beroep van mijn vader was ook electricien dus misschien toch wat aanleg in de familie op dat gebied.
 
Combrink was zeker ook makelaar en was vermogend. Misschien is dit ook de reden dat zijn onderneming wel de crisis jaren 30 en de tweede wereldoorlog heeft overleefd en de zaak van onze Opa niet. Onze Opa had ook een gezondheids probleem. Hij is diverse keren opgenomen geweest in verpleeghuis Zonnestraal in Hilversum. Veel mensen leden in die tijd aan TBC, onze Opa ook. Het was geen vetpot in de Wijdenessertraat in die tijd.
 
Heb de indruk dat Combrink veel goed heeft gedaan voor onze familie en respect had voor onze Opa.
Ome Hil en Ome Arie zijn in de oorlog te werk gesteld in Duitse fabrieken voor een periode van ongeveer drie jaar. Mijn vader niet, die was te jong. Mijn vader is in
de hongerwinter van 1944 in Wijdenes terecht gekomen met ouders en zussen. Jouw man dankt daar ook zijn bestaan aan (hihi).
 
Na de oorlog is Ome Arie als timmerman in dienst gekomen van Combrink. Hij heeft zich altijd enorm ingezet voor deze firma. Misschien was er nog “iets” goed te maken
 
Winkels interieurs maken was zeker in de begin jaren een belangrijke bron van inkomsten. Deze verbouwingen vonden plaats door het gehele land en soms waren zij dagen van huis. De verbouwing van de ViVO in Wognum is met grote waarschijnlijkheid dus uitgevoerd door Combrink met medewerking van Ome Arie.
 
Jaren later zocht ik Ome Arie vaak ‘s avonds op in de werkplaats aan de Valkenburgerstraat. Ook in de avonduren ging hij door met werken. Ome Arie betekende zoveel voor de zaak dat hij in 1974 een nieuwe Opel Ascona heeft gekregen van Combrink om zijn werkzaamheden wat comfortabeler uit te kunnen voeren.  Ik weet zelfs het kenteken nog, 85-BK-10. Later toen ik mijn rijbewijs haalde in 1977, heb ik nog zelf nog vaak in deze auto gereden.
Combrink zelf was een Citroën rijder. Om de zoveel jaar kocht hij een nieuwe DS (snoek) waar Ome Arie altijd over vertelde.
 
Ik heb Combrink eenmalig persoonlijk ontmoet. Ome Arie ging bij Combrink in de tuin een nieuwe schuur bouwen. Ik heb toen geholpen door het gehuurde vrachtwagentje te besturen en de houten balken de tuin in te tillen. Heb toen nog een rondleiding gekregen door de Vila.
Het enige wat ik mij nog herinneren is de Citroën DS in de garage. Dit moet ergens in de tachtiger jaren geweest zijn van de vorige eeuw.
 
Volgens mij was Ome Arie nog de enige overgebleven medewerker toen de, door mij eerder genoemde werkplaats, aan de Valkenburger gesloopt moest worden
i.v.m. woningbouw. Het bedrijf is toen beëindigd en Ome Arie heeft de machines overgenomen en is op latere leeftijd voor zichzelf begonnen met een werkplaats aan de Ringdijk te Amsterdam. Later zijn de machines verplaatst naar de kelder van zijn woonhuis aan de Bredeweg.
 
De “Pieters” waren erg trouw aan hun werkgevers. Ome Hil heeft 50 jaar gewerkt bij de Kas Associatie. Hij begon als liftboy in 1930 en is op zijn 65ste gepensioneerd als Procuratiehouder in 1980. Mijn vader heeft ook altijd voor dezelfde werkgever gewerkt. Veertig jaar bij GVB Amsterdam en is op zijn 57ste gepensioneerd i.v.m. veertig dienstjaren. Mijzelf is dat nooit gelukt.
 
Wijdenesserstraat.
 
Door woning te kort en slechte woningen in het centrum, heeft Amsterdam in de jaren twintig en daarna, z.g. Tuindorpen gebouwd. Nieuwendam was daar een van. Huizen met tuinen waren toen Uniek en de familie Pieters is verhuist van de Langestraat naar de Wijdenesserstraat.
 
In die tijd een hele stap om naar de andere kant van het IJ te gaan. Het was net zoiets als de verhuizing van de latere Amsterdammers naar Purmerend en Almere. Heb weleens van mijn vader gehoord dat zijn collega’s vonden dat hij heeeeel ver weg woonde. In die tijd bestonden er nog geen tunnels en de eerste vaste verbinding waren de Schellingwouder bruggen, geopend in 1957.
 
Ik weet niet precies wanneer de verhuizing heeft plaatsgevonden. Wat ik wel weet is dat mijn vader de enige van de zes is, die in het huis is geboren in 1932. Tante Annie is geboren in 1927, dus ik neem aan dat de verhuizing tussen 1927 en 1932 heeft plaatsgevonden. Zij waren niet de eerste bewoners maar de tweede na de bouw.
 
Het huis is dus tot het jaar 2000 gehuurd door de zelfde familie. Heb ooit gehoord dat de bouwkosten van het huis 4500 gulden bedroegen. De huur was niet erg hoog maar de woningbouw heeft op nummer 61 goede zaken gedaan.
Grappig is wel te vertellen dat in mijn jeugd alle vriendjes gingen verhuizen omdat het oud en klein was. Nu zijn de huizen z.g. her ontdekt en worden aangeboden als zijnde “huizen met karakter”voor ongeveer 300.000 euro. De straat staat vol met bakfietsen, ja de wereld kan veranderen.