Het beschrijven van een familie is niet gemakkelijk. Waar te beginnen en waar te stoppen. Basis voor een beschrijving kan zijn een verdeling in recent verleden (dat waar je zelf weet van heb) en verder verleden.
Bij het maken van een beschrijving van de familie historie is zoveel mogelijk gezocht naar officiële documenten zoals geboorte bewijzen, overzichten burgelijke stand en doop- en begrafenis registraties. Zonder volledig te willen zijn zijn de gevonden documenten die in ieder geval de familie relaties aantonen vermeld. Ook zijn een paar bijzondere documenten apart opgenomen inclusief de transcripties (vertalingen).
De familie aan vaderskant van Arie is de familie Schaap. Takken in deze familie zijn terug te vinden tot begin 1500 en zelfs tot 1470 (familie Moerman. Deze familie komt uit Brugge (België) en is van verarmde adel. Dat laatste is vast te stellen doordat er een familiewapen is en de titel dame genoemd wordt bij Catheline van Ellersin (d'Allemin), vrouw van Cornelius Louysz Moerman.
Veel van de familieleden van de familie Schaap komen uit Waterland. De plaatsnamen Ilpendam, Den Ilp en Purmerland komen veelvuldig en door elkaar voor. Hoewel dit drie verschillende plaatsen zijn vielen ze in het verleden administratief alle drie onder Ilpendam. Zo kan het voorkomen dat iemand geboren in Den Ilp, als geboorteplaats Ilpendam heeft. Voor de kerkadministratie vielen ze echter onder de kerk van het betreffende dorp. Een vermelde plaatsnaam moet dus met enige reserve genomen worden.
Niet verwonderlijk in deze omgeving is dat veel van de familie Schaap visser of landarbeider van beroep waren. Sommige daarvan waren zelfs in goede doen zoals de broers Jan Schaap (1859-1939) en Jacob Schaap (1865-1910) uit Den Ilp en beide visser die toevallig beiden in 1893 een stuk land kochten om daar een woonhuis op te plaatsen.


De eerste generatie boven die van mijzelf is die van Dirk Schaap en Alie Pieters. Dirk was woonachtig in Wijdenes als zoon van een tuinbouwer en was ook in die branche werkzaam.
In de moeilijke oorlogsjaren heeft mijn vader Alie Pieters uit Amsterdam leren kennen toen ze een baan kreeg op een boerderij in Wijdenes waar ze ook samen de oorlog zijn doorgekomen. Op 24 augustus 1944 getrouwd en een woonadres op een bovenwoning in de Fannius Scholtenstraat 64 te Amsterdam gekregen waar ze na de oorlog ook even gewoond hebben. De tijd tussen het huwelijk en het einde van de oorlog hebben ze in Wijdenes door gebracht. Daarna snel naar Wormerveer voor een eensgezinswoning in de Florisstraat 8. Hier is dat huwelijk rond 1960 ook door een scheiding geëindigd.
Dirk Schaap (1917-1980)
Vader Dirk (overleden) was in meerdere opzichten een bijzonder mens. Geboren in Bovenkarspel en volwassen niet groter dan 155 cm met kenmerkend een broek tot onder de oksels en altijd een sigaar rokend. Twee keer getrouwd en ook twee keer gescheiden. In het eerste huwelijk drie, in het tweede twee kinderen.
In de oorlogsjaren heeft hij uiteraard gewerkt maar is samen met zijn ouders en broer actief geweest in het verzet. Daar is meer over te zeggen en dat is daarom apart beschreven onder het hoofdstuk Wijdenes.
Na de oorlog heeft mijn vader diverse keren met weinig succes geprobeerd om een eigen bedrijf te runnen. Hoewel hij een aantal bijzondere produkten heeft ontworpen en vervaardigd is het nooit gelukt om die succesvol in de markt te zetten. Het begin was wel voorspoedig. Hij beschikte over een groot technisch vernuft en zo vlak na de oorlog was er veel werk en het inventief omgaan met het weinige materiaal werkte
prima. Zijn technisch vernuft bleek bijvoorbeeld uit het feit dat hij zijn eigen rekenschijf (variant op de voor oudere technici bekende rekenliniaal) maakte en met een geringe opleiding in staat was om uitslag tekeningen van boten te maken. Snel kon dan ook de eerste auto gekocht worden bij garage Zwart en die was hard nodig omdat veel werk zich op andere plaatsen in Nederland afspeelde. Zo werd er veel gewerkt in het Westland waar veel
verwarmingsketels en opslagketels voor de kassen geplaatst zijn of Pernis bij de raffinaderijen die weer opgebouwd moesten worden. Ook kassen zelf werden er gebouwd. De ketels waren in die tijd de ketels met het hoogste rendement die te koop waren. Soms met weinig personeel maar soms ook wel met een behoorijk aantal mensen. Mij blijft de werkplaats in West Knollendam bij waar ik als 14 jarige al vakantiewerk deed dat veelal bestond uit klusjes waar anderen geen zin in hadden zoals het in de menie zetten van ketels nadat ze eerst van binnen schoon gemaakt moest hebben.
Een van de mensen die daar ook werkte was Cees Groot, toenmalig de spits van Ajax. Voor zover ik me dat herinner kreeg hij twee middagen in de week plus de zaterdagochtend (toen werd er nog gewerkt) vrij om te trainen.
Zeker het vermelden waard is de wijze waarop gewerkt werd. Uiteraard mocht je overal roken (ook als 14 jarige) maar het leek achteraf ook wel of veiligheid niet bestond. Er werd gewerkt zonder beschermende kleding en werkzaamheden op behoorlijk grote hoogte werden zonder vangnetten of veiligheidsgordels uitgevoerd. Ik kan er van meespreken, want ook ik heb boven op deze spanten gelopen.




Ondanks de eerder genoemde prima producten ging het met de zaken snel bergafwaards.
Steeds werden er ook mensen bij betrokken die er zelf beter van wilde worden maar verder weinig toegevoegde waarde hadden. Het uiteindelijke resultaat was een openbare verkoping. Een deurwaarder die een plakkaat aan de deur plakte zodat iedereen kon zien hoe slecht het met je ging. Moeder heeft daar snel een einde aan gemaakt door het biljet onmiddellijk te verwijderen. De tijden waren heel slecht. Wij als kinderen begrepen dat niet zo goed, bij de buren ging het ook niet zo geweldig, maar bij ons was het armoe troef. Veel boodschappen doen op de pof bij de kruidenier en soms kwam de bakker onverkocht oud brood brengen. Al deze problemen en de eeuwige ruzies over geld leidde uiteindelijk tot een scheiding. Vanaf dat moment moest moeder het alleen doen met werken als schoonmaakster. Hoe ze het regelde weten we niet, maar er was altijd eten en kleding, hoewel ik met name ook wel voor wat extra's zorgde door vakantiewerken een krantenwijk.
Moeder kreeg het toen ook weer heel moeilijk met diverse opnames in ziekenhuizen tot gevolg. Geen prettige tijd en mijn zusjes en ik werden ondergebracht in pleeggezinnen die alle drie kennissen van ons waren. het was dus eigenlijk een vorm van logeren.
Vanaf ca 1963 was de woonplaats van vader Schaap Herkenbosch in Limburg. Een oud huis waaraan veel verbouwd moest worden in het centrum op een
kruispunt en vlak achter een groot kruis (vond hij altijd heel speciaal). In een werkplaats iets buiten het dorp maakte hij zijn producten volgens de prijslijst hiernaast. Een vermelding waard is de asperge spoelbak. Dit aparaat in dezelfde vorm wordt nog steeds bij veel telers gebruikt.

Opvallend was zijn opname in het limburgse dorpsleven. Veel buren of kennissen kwamen regelmatig aan en dat resulteerde meestal in mee eten, drinken en veel onverstaanbare verhalen. Een van de gevolgen hiervan was de deelname aan het jaarlijks schuttersfestijn en, zoals uit de foto's blijkt werd vader Schaap schutterskoning. Kostte veel geld, want iedereen kwam langs om te feliciteren en een of meerdere drankjes te nuttigen.
Zoals hij was in het leven is hij ook op een bijzondere manier aan zijn einde gekomen. Een val (waarschijnlijk midden in de nacht) van de trap is hem op 27 augustus 1980 noodlottig geworden. Zeker een dag later is hij onder aan de trap door zijn jongste zoon Dirk gevonden. Met de hele familie hebben we in een paar dagen de ontruiming van het huis, de begrafenis en de verdeling van de inboedel moeten regelen. Bijzonder daarbij was de verkoop van de auto. Hoe regel je zo iets zo snel. Bij het testen van de auto bleek deze niet te starten en verkopen werd daarom steeds moeilijker. Totdat een slimmerd zich afvroeg of er wel benzine in de tank zat en zowaar, dat was niet het geval. Snel een paar liter in de tank gegooid en het startprobleem was opgelost. Een kennis wilde de auto vervolgens voor een redelijke prijs kopen en daarmee was het grootste probleem opgelost. Op een klein meningsverschil met de huisbaas over wat schone oplevering inhoud na was alles snel en problemloos afgehandeld. Omdat er geen echte slaapplaatsen waren hebben we met z'n allen op de grond in de kamer geslapen. Achteraf hebben we het er nog veel om gelachen over de lol die we daar gehad hebben.
Een bijzonder kenmerk van vader was dat hij technisch heel sterk was. Niet alleen was hij in staat om een tekening voor de bouw van een schip (speciale tekening met uitslag voor ronding van de romp), maar ontwierp hij in later jaren ook een aspergespoelmachine. Ongetwijfeld waren er meer bijzondere ontwikkelingen waarbij speciaal het ontwerp en bouw van stoomketels genoemd moet wworden. Alle ketels waar druk bij te pas komt moeten gekeurd worden door een instantie zoiets TNO. De door vader ontworpen ketels voldeden in hoge mate aan de eisen.
Bij stookketels hoorden ook opslagketels voor brandstof zoals stookolie hoewel er ook ketels gestookt op kolen gebouwd werden. De ops;agketels werden meestal bijgeleverd en soms werden er hele kassen gebouwd.
Mijn herinnering hieraan is dat ik ook meegewerkt heb aan de bouw van een of meer ketels en ook mee geholpen heb om een ketel bij een kas in het westland te installeren.

Opa en oma Schaap hebben elkaar ergens in West-Friesland leren kennen. Opa woonde in Bovenkarspel en oma in Wijdenes waar opa en oma dan ook op 15 december 1915 getrouwd zijn na op 4 december van dat jaar in ondertrouw te zijn gegaan. Hoe ze elkaar ontmoet hebben is niet bekend.
Ze zijn op21 december 1915 in Bovenkarspel in de Bakkerstraat 171 gaan wonen en vervolgens verhuisd naar nummer 109 waar de kinderen Dirk en Pieter (Piet) geboren zijn en vervolgens op 24-4-1920 met de twee kinderen verhuisd naar 't Wuiver C9 (kadestraal bekend onder VHZ03 L380) in Wijdenes. Tegerlijkertijd is op dat moment ook op dat adres Douwe Mulder uit Stavoren ingeschreven als knecht.


Het hoe en waarom is nog niet achterhaald. Een van de mogelijkheden is dat ze direkt op 't Wuiver in de boerderij zijn gaan wonen. Hoe de financiëring van de aankoop van de boerderij met bijbehorende landerijen tot stand is gekomen, is nog onbekend. Oma had mogelijk gewerkt als dienstmeid bij een rijke boer, de familie Dirk Haringhuizen uit Oosterleek. Anderzijds is het goed mogelijk dat er sprake was van een vriendschap met Antje Haringhuizen, dedochter van Dirk. Deze boer was zeer gesteld op mijn latere oma en heeft mijn opa en oma geholpen met het kopen van de boerderij. Toevallig waren we daar aanwezig toen die boer het laatste deel van de hypotheek kwam innen, hetgeen gevierd werd met koffie en koek (krakelingen). Zeker is dat er sprake is van vriedschap tussen opa en oma en de families Bakker-Haringhuizen en Palenstijn-Haringhuizen getuige de felicitatiekaartes bij het huwelijk van opa en oma.
Op 6 oktober 1933 kwam de moeder van opa inwonen voor de laatste jaren van haar leven. Op 10 augustus 1934 is ze daar overleden.


Opa en oma waren heel bekend in het dorp. Dat had enerzijds te maken met hun activiteiten in de oorlogsjaren en anderzijds door de vele nevenfuncties die opa had. Verder was opa actief als klaverjasser en een soort kegelspel (de bal hing in een zak op de koegang).
Oma Schaap leed aan suikerziekte en nog veel meer en is in het verzorgingshuis Avondlicht in Hoorn op 21 mei 1962 overleden.
Opa Schaap heeft, mede vanwege de zorg die oma nodig had, de boerderij verkocht en een huisje in het dorp gehuurd.
Arie Schaap (1891-1973)
Van Opa Schaap is ook veel te vertellen. Veel heeft met de oorlog te maken en daarom is aan dat deel een aparte pagina gewijd, Wijdenes.

Geboren en opgegroeid in Loosduinen en op 21 jarige leeftijd op 19 november 1912 verhuisd naar Bovenkarspel als landarbeider. De dienstplicht van opa Schaap viel in twee delen uiteen. Eerst de normale dienstplicht waarbij hij in ieder geval in november 1911 in Haarlem gelegerd was. In de eerste wereldoorlog was er sprake van mobilisatie en mocht hij weer opkomen. Na zijn mobilisatieplicht bij de 1e compagnie 3e battalion 10e regiment infanterie, 1e divisie gelegerd in Weert ging hij weer terug naar Bovenkarspel.
Vermoedelijk is opa tijdens zijn mobilisatieplicht getrouwd. In een brief van zijn moeder gedateerd 9 december 1915 aan Geertje Ruiter komt voor dat opa aan haar geschreven had. Ook een brief gedateerd op 2 december van de oom Bruggeling (getrouwd met tante Jeftje Schaap) van opa gericht aan het militaire adres van opa doet dat vermoeden.
Jaren nadat oma overleden was leerde opa een nieuwe vrouw kennen die wij Tante Ria noemde. Een heel lieve vrouw die opa nog een aantal goede jaren bezorgd heeft. Opa overleed op 84 jarige leeftijd.Hij was een heel actieve man, hard werkend in zijn tuinderij en daar buiten een verwoede visser en jager. Urenlang kon hij aan de boorden van het Ijselmeer doorbrengen, zacht lurkend aan zijn pijp en absoluut niet in voor een praatje. Bijkomende functie was die van visopziener terwijl hij ook al reserve rijkspolitieman was.
Jagen was iets apart. Alleen met zijn geweer en een polstok om over de slootjes te springen ging hij regelmatig de landerijen af. Veelal op verzoek van de boeren of tuinders en gestuurd door de jagersvereniging werd op duiven, eenden en hazen gejaagd. Duiven vooral in de boomgaarden en hazen in de weilanden. Omdat hij geen hond bij zich had was vooral op eenden jagen spannend. Een schot moest direct raak zijn om te voorkomen dat de eend onderdook in de sloot. In dat geval was hij onvindbaar.
Door deze activiteiten was hij een belangrijk persoon in het kleine dorpje.
Dat opa Schaap een bijzondere man was blijkt wel uit de vrijwillegersmedaille die hem toegekend is. Ik was er overigens bij toen hij zijn uniform en wapen van de Rijkspolitie (hoe toevallig in Wormerveer) inleverde. Mooi zoiets, maar dat was niet alles. Opa was niet alleen jaren lang de enige politieman in het dorp, hij was ook opziener van het viswater en controleerde zodoende de visaktes. Daarenboven was hij ook de enige jager in de omgeving en hield toezicht op het wildbestand en tenslotte was hij zelf ook een fanatieke visser, maar dan niet op het binnenwater maar wel op het IJselmeer. Het moet voor de vissers in het binnenwater een vreemde ervaring zijn geweest om een man op de fiets aan zien komen met een geweer op zijn rug en een polstok in de hand die vervolgens de visakte ging controleren. Ook deed hij nog aan kegelen (de kegelbal hing altijd in een zak aan de kapstok in de koegang) en klaverjassen. De gemeenschap
deed ook nooit tevergeefs een beroep op hem. De huisarts heeft bij de begrafenis een toespraak gehouden die heel goed weergaf hoe de mensen over hem dachten.



De tweede vrouw van opa was tante Ria, Een oud verpleegster uit Amsterdam. Zij hebben nog een aantal jaren eerst in Wijdenes en later in Venhuizen gewoond.
Opa overleed in Venhuizen op 21 oktober 1973. Vlak voor zijn overlijden had hij nog een visvergunning aangevraagd. Veel gebruik zal hij daar niet van hebben.
Geertje Ruiter (1890-1962)
Oma, geboren in Blokker, was samen met haar ouders verhuisd naar Wijdenes (de Blokdijk).
Van oma Schaap is niet zo veel te vertellen. Ze was voornamelijk zorgzaam en op latere leeftijd veel ziek. Suikerziekte, dementie en misschien nog meer. Van de familie Ruiter is echter meer bekend. Verrassend is dat er een aantal bekende namen te koppelen zijn. Onderstaand overzicht laat daarvan een aantal zien. Zeker van de familie Six zijn er nog veel meer familieleden bekend, maar deze zijn niet in de stamboom opgenomen.
| Albert Ellertsz de Veer | 1564/1620 | Secretaris en pensionaris der Stadt Amsterdam | schoonvader van |
| Abraham Aelbertsz Balck | 1588/1629 | advocaat van de Hove van Holland te 's Gravenhage, Nederland; ambassadeur in Engeland (1610) en raadslid in de Hoge Raad 's Gravenhage | grootvader van |
| Henricus Izaaks Balck | 1660/1707 | predikant in Schellinkhout | getrouwd met |
| Machteldtje Klaasd Mulerius | 1659/1720 | rijk door erfenis | kleindochter van |
| Salomon Cornelisz van Exel | 1579/1641 | schutter in de compagnie van kapitein Cornelis Bicker (1638), caersmaeker, pachters, en medestander of borg van de impost van de smeren en kaersen in Amsterdam (1639), koopman (1644) | |
| Petrus Sixtus Mulerius | 1599/1647 | professor en doctor in de Botanica | zoon van |
| Nicolaus Petrus Mulerius | 1564/1630 | meester, doctor, professor, arts, mathematicus en astronoom | getrouwd met |
| Christina Maria Six | 1566/1645 | nicht van | |
| Jan Six (van Hillegom) I | 1618/1700 | schepen, raadslid en burgemeester van Amsterdam | getrouwd met |
| Margaretha Nicolaes Peter Tulp | 1634/1709 | dochter van | |
| Nicolaes Pietersz Dirk Tulp | 1593/1674 | burgemeester van Amsterdam, Arts, praeletor anatomie aan het Athenemum Illustre, hoogleraar |
Opvallend is ook de naam van Nicolaes Tulp. Deze arts is wereldberoemd geworden doordat hij afgebeeld is op een van de bekendste schilderijen van Rembrandt van Rijn.
Om deze familie relatie terug te vinden zijn er meerdere documenten terug gevonden. De ouders van oma Schaap zijn Pieter Ruiter en Aafje Kuiper. Beide zijn voor dit huwelijk getrouwd geweest en beiden hadden uit dat eerdere huwelijk kinderen.
Er was een nicht Cor Dik, getrouwd met Henk Diekmann en wonende Buiksloterdijk 295 in een oude boerderij die zo scheef was dat een bal echt vanzelf van de ene naar de andere kant van de kamer rolde. Tante Cor was heel geliefd want meerdere kleinkinderen van opa en oma Schaap zijn bij haar op bezoek geweest.
De geschiedenis is door te trekken naar het huwelijk op 19 juni 1836 te Blokker tussen Pieter Ruiter (1806-1857) en Femmetje Hauwert (1814-1896). Pieter was eerder getrouwd geweest met Geertje Jans Roos die in 1835 overleden was.
De volgende (of eigenlijk vorige) generatie is die van Ariën Pietersz Ruiter (1772-1827) en Marijtje (Maartje) Balk (1771-1832).
Vanaf dit moment moet de vrouwelijke lijn in de stamboom gevolgd worden om uiteindelijk bij Nicolaus Pietersz Dirk Tulp uit te komen.
De ouders van Marijtje Balk zijn Jacob Nicolaas Balk (1731-1805) en Geertje Jans Vormerse Koning (1737-1814) uit Westerblokker.
Nog verder terug komen we bij de ouders van Jacob Nicolaas Balk. Dat zijn Nicolaus Hendriksz Balk (1693-1756) en Marij Jacobsd de Geus (1695-1740).
Nicolaus Hendriksz Balk was geboren in Schellinkhout en had als beroep schoolmeester en koster in Westerblokker waar dat paar ook woonde.
Verder terug werd de naam iets anders geschreven. De ouders van Nicolaus Hendriksz Balk waren Henricus Izaaks Balck (1660-1707) en Machteldt (Magtilde) Mulerius (1659-1720). Henricus was geboren in Garderen en later praktiserend dominee/predikant in Schellinkhout. De lijn van Henricus kan nog zowel in de mannelijke als de vrouwelijke lijn doorgetrokken worden. In het kort over zijn vader Isaack (1629-1691), geboren in Amsterdam en getrouwd met Susanne Hattemius (1629-1694. Verder niets bekend, bahalve dat de kinderen in Garderen en Harderwijk geboren zijn en dat hij zelf in Monnickendam overeden is.
De grootvader van Henricus was Abraham Aelbertsz Balck (Balkcius) (1588-na 1629). Deze was advocaat van de Hove van Holland te 's Gravenhage, Nederland; ambassadeur in Engeland (1610) en raadslid in de Hoge Raad 's Gravenhage. Een belangrijk persoon dus met de Meester en Doctor titels. De vrouw van Abraham (dus de grootmoeder van Henricus) was Anna Albertsd de Veer (1590-1691). Zij had weer een belangrijke vader, Albert Ellertsz de Veer (1564-1624). Zijn functie was Secretaris en pensionaris der Stadt Amsterdam en zijn titel Heer van Callandsoog waarmee hij dus van adel was. Deze lijn is nog terug te voeren tot ongeveer 1540.
De lijn van Balck (Balkcius) gaat vrijwel net zover terug tot 1530. De tweede mogelijkheid van de naam heeft iets te maken met belangrijk willen zijn en de naam een latijnse tint te geven.
Weer terug naar de moeder van Nicolaus Hendriksz Balk. Dat was Machteldt (Magtilde) Mulerius. Dit is al een beroemde naam zoals uit het vervolg zal blijken.
Haar vader was Nicolaas Petrusz Mulerius (1631-1692), geboren in Groningen. Hij was ongeveer 27 april 1658 in Amsterdam getrouwd met Maria van Exel (1634-1669) en geboren in Amsterdam. Maria was weer de dochter van Salomon van Exel die weer burgemeester van Antwerpen was.
Nicolaas Petrusz Mulerius was de zoon van professor Petrus Sixtus Mulerius. Hij is op zijn beurt weer de zoon van een mogelijk nog bekendere professor Nicolaus Petrus Mulerius (des Muliers) maar ook de zoon van Chritina Maria Six. Wij zijn dan al terug gegaan tot het rond het jaar 1600. Christina is de zuster van Jan Karel Six uit de Hillegomse tak van de familie Six. In deze tak komen zeer vooraanstaande familieleden voor tot op vandaag. Ook in de andere tak van de familie Six, de tak Oterleek, komen net zoveel bekende familieleden voor.
De familie Six is van oorsprong een Vlaams/Franse familie en terug te vinden tot ongeveer 1400. In beide takken zijn meedere familieleden in de Nederlandse adel opgenomen. De familie Six is niet alleen beroemd geworden als burgemeester van Amsterdam en schatrijk maar later ook in de adelstand verheven. Bijzonder is dat in hun verre verleden ook al adelijke trekken voor kwamen. Nu is een lid van de familie Six bekend als kunstkenner en handelaar.
In de familie Six is ook een verwantschap met dr Nicolaes ( Claes) Pietersz Dirk Tulp (zie onderstaand verwantschap overzicht). Deze is bekend als burgemeester van Amsterdam, als hoogleraar in de geneeskunde en vooral als leermeester op het schilderij van Rembrant "de anotomische les".
Zowel de familie Six als Tulp zijn dus bekend geweest met Rembrandt van Rijn en afgebeeld op één of meerdere schilderijen.

De familie Balck/Mulerius heeft op diverse plaatsen sporen achter gelaten. Zo is er een testament gevonden en ook een regeling dat aan iemand 100 gulden per jaar betaald moet worden of een akte voor oprichting van een financiële instelling Lombard in 1708. Beide documenten met transcriptie staan vermeld als document 2 en 3. Er zijn nog veel meer documenten te vinden in het Westfries archief, maar deze documenten zijn voldoende om de familie relatie aan te tonen.
De relaties binnen deze familie komen ook aan de aandacht in een stuk in de krant in Haarlem. 
Er is ook een motariële akte van boedelscheiding bekend die opgemaakt is naar aanleiding van het overlijden van Machteldt Mulerius op 7 februari 1720. Haar man Henricus was al in 1707 overleden zodat de ervenis verdeeld kon worden. Waarschijnlijk gebeurde dat in delen, deze akte van 22-3-1720 ging met name over het huis "de Vergulde Sleutel" op de hoek van de Warmoestraat en de Papenbrugsteeg in Amsterdam. De akte is terug te vinden op foto 271 en volgende in het Westfries archief bij notatis Jacob Schagen.
De twee zonen Izaak Hendriksz (overleden in 1695) en Petrus Carolus Balk (overleden in 1701) waren al overleden zodat de erfenis toekwam aan de twee nog levende zonen Klaas Hendriksz en Johannes Hendriksz Balk. In de akte worden nog meer personen genoemd, onder andere de voogden van beide jongens, Pieter Klaasz Mulerius en Leonard Goutappel.
Diverse van genoemde personen komen in ieder geval ook voor in een testament van Johannes Mulerius en Johanna de Looff van 24 april 1724. Dit testament opgemaakt bij notaris Jan de Vicq is bijzonder omdat daar onder andere legaten gegeven worden aan drie vrijgemaakte slavinnen in Oost-Indië. Het betreffende testament is via de notaris te vinden. De verwijzing naar het testament is ook de vinden in openarch.nl.
Op openarch.nl is nog veel meer te vinden over de families Mulerius en Balk. Zie onderstaand voorbeeld van Henricus Izaaks Balk.
Dirk Schaap (1861-1892) en Immetje Hegi (1860-1934) als ouders van Arie Schaap
Teruggaand in het verleden komen we bij de vader van opa Schaap. Deze blijkt in de Haarlemmermeer geboren te zijn. In die periode werd deze drooggelegd en het aannemelijk dat zijn ouders hier werk gevonden hebben. Nadien hebben ze enige tijd in Velsen gewoond voordat ze uiteindelijk naar Loosduinen verhuist zijn waar ze gewoond hebben op de Wilhelminastraat 155.
Eerst over de moeder van opa Schaap (overgrootmoeder van Arie). Dat is Immetje Hegi. De familie Hegi is terug te vinden tot ongeveer 1650 en blijft te komen uit Roggwil in Zwitserland. Een voorvader Ulrich trad op 29-1-1781 als militair in dienst van de Compagnie des Obristen G.E. May, Hauptman im 1ten Bataillon Schweitzer Gardes, onderdeel van het Staatse leger. Deels te voet en deels per schip reisde hij met 11 andere recruten naar Rotterdam, vanwaar het laatste deel naar de legerplaats Wateringen weer te voet werd afgelegd. Hier completeerden zij het 98 man sterke regiment (dat in 1796 door toedoen van Napoleon werd ontbonden). Hij zwaait af in 1787/88.
De naam Hegi komt meerdere keren voor als militair in het Staatse leger in een Zwitsers regiment in de periode 1707-1795. Ulrich komt daar echter niet in voor. Mogelijk dat dit legeronderdeel de basis is geworden voor de vestiging van de familie Hegi in Nederland.
Ullrich's achterneef, Jakob Hegi (1773-1823), de stamvader van deA'damse en R'damse takken, en diens neef Jakob Hegi (1776-15/3/1796, overleden aan de 'rotkoorts') besloten omstreeks 1793 ook naar Nederland af te reizen.
Na de ontbinding van het Staatse leger zal Ulrich in de omgeving werk gezocht hebben. De eerste vermelding van een Hegi in Nederland is overigens uit 1699 waar ene Coenraat Hegi in Brielle getuige was bij een doop.
De familienaam Hegi wordt in de loop van de jaren meermaals verbasterd. Zo komen de varianten Hegie, Heggi en Hegge voor.
De familie Hegi heeft een telg voort gebracht die onder de naam Johan Jacob Hegge (1795-1880) raadslid in de gemeente Loosduinen geweest is. Blijkbaar heeft hij dat goed gedaan want er is een straat (JJ Heggestraat) en een gracht (JJ Heggegracht) in Den Haag in de wijk Houtwijk naar hem genoemd.
Immetje Hegi heeft blijkbaar bij haar zoon ingewoond, want ze is op 10 augustus 1934 in Wijdenes overleden.
Over Dirk Schaap valt niet veel te vertellen. Geboren in de Haarlemmermeer en met zijn ouders eerst naar Velsen en daarna naar Loosduinen verhuist. Daar heeft hij de rest van zijn leven gewoond en is op 24 december 1892 op 31 jarige leeftijd overleden. Hij was werkzaam in de tuinbouw.

Aart Dirksz Schaap (1833-1900) en Marijtje Schaap (1834-1914) als ouders van Dirk Schaap

Verder gaand in het verleden met de vader van de overgrootvader. Dat is Aart Dirksz en deze blijkt in Ilpendam geboren te zijn, verhuist naar Wijdewormer en overleden in Loosduinen.
Van hem zijn nog wel wat gegevens terug te vinden en dat geldt ook voor zijn vrouw met toevallig ook dezelfde achternaam. Zij heette Marijtje Schaap is geboren in Purmerland maar met haar ouders in 1850 verhuist naar Wijdewormer waar haar vader veehouder was.

Direct na hun huwelijk zijn Aart en Marijtje op 8 april 1860 verhuisd naar de Haarlemmermeer. Deze was net drooggelegd en er was waarschijnlijk veel werk voor landarbeiders. Op 19 mei 1865 verhuisden ze naar Velsen.
In die tijd werd het Noordzeekanaal aangelegd. Begonnen werd in 1865 met het doorgraven van de duinen in het buurtschap Breesaap bij Velsen. Als beroep heeft Aart zich ingeschreven als kanaalwerker.
Op 22 april 1874 zijn ze tenslotte verhuisd naar Loosduinen. Daar is hij tuinder of in die tijd warmoezier genoemd, geworden.
Op 1 februari 1900 is hij in Loosduinen overleden.
Binnen beide takken van de families Schaap zijn er meerdere familieleden bekend, voornamelijk in Den Ilp waarbij het beroep in veel gevallen visser was. Dat dit een financiëel gezien een goed beroep was in die tijd bewijzen Jan Schaap (1893-1939) en Jacob Schaap (1865-1910) die beiden in 1893 grond konden kopen voor een woonhuis. Jan was getrouwd met Neeltje Hartog en kocht perceel G/613 in Den Ilp en Jacob was getrouwd met Trijntje Geugjes en kocht percelen E/268, E/270 en E/271, ook in Den Ilp.
Dirk Aartsz Schaap (1799-1836) en Iefje Alders Kalf (1800-1872) als ouders van Aart Dirksz Schaap (tak 1), Dirk Pietersz Schaap (1798-1870) en Geertje Jacobsd Kat (1797-1860) als ouders van Marijtje Schaap (tak 2)
Omdat zowel de betovergrootvader als de bedovergrootmoeder de naam Schaap dragen en beiden uit Waterland komen, is het aannemelijk dat ze ergens familie zijn. Om dat te kunnen vast stellen worden vanaf nu beide families voor zover mogelijk, verder beschreven. 
Voor zover we terug kunnen gaan in de lijn van Dirk Aartsz Schaap blijken alle voorouders uit Waterland te komen. De familie stamboom is terug te vinden tot ongeveer 1700. Den Ilp en Oostzaan komen daarbij voor en opvallend veel komt het beroep visser voor.
Ook de andere familie van Dirk Pietersz Schaap kwam uit Waterland. Den Ilp, Purmerland, Landsmeer en Ilpendam komen regelmatig voor als geboorteplaats of plaats van overlijden. Ook deze familielijn is terug te vinden tot ongeveer 1750. Daarvoor kan mogelijk een relatie gelegd worden met een familie Schaap uit Katwijk aan Zee. Als dit zo is zijn beide families Schaap geen familie van elkaar. Omdat al deze lijnen niet verder dan ongeveer 1700 terug te vinden zijn kan aangenomen worden dat het allemaal zeer eenvoudige mensen betrof.
Dirk Pietersz Schaap, geboren in 1798 in Den Ilp wordt in 1858 als bewoner van de Zuiderweg 20 in Wijde Wormer samen met zijn vrouw Geertje Kat en dochters Trijntje en Marijtje. Ook in 1861 is hij op hetzelfde adres als veehouder ingeschreven met beide dochters. Geertje Kat is dan in 1860 overleden.
Dirk hertrouwd in 1864 met Trijntje de Ruiter en gaan in dat zelfde jaar tijdelijk wonen in Purmerland. In 1865 verhuizen ze weer naar Wijde Wormer, nu naar de Noorderweg 78.
Daar overlijdt hij ook.
Dirk Pietersz Schaap was veehouder en kwam uit Den Ilp, trouwde met Geertje Jacobsd Kat kregen daar of in de omgeving (Purmerland/Ilpendam) hun kinderen. Geetje is daar oveleden en Dirk trouwde opnieuw met Trijntje de Ruiter kwam in 1864 terug naar en verhuisde 1865 samen met haar en haar 3 kinderen opnieuw naar Wijde Wormer. 

Aart Dirksz Schaap (1770-1850) en Aagje Gerrits Kolder (1770-1813) als ouders van Dirk Aartsz Schaap (tak 1) en Pieter Arijaansz Schaap (1769-1817) en Maartje Dirks Stroo (1769-1813) als ouders van Dirk Pietersz Schaap (tak 2)
Aart Schaap is op latere leeftijd na het overlijden van Aagje Kolder in 1813 op 12-11-1820 getrouwd met Geertje Jacobs West. Beide op latere leeftijd zodat uit dit huwelijk geen kinderen voort kwamen. Het huwelijk is voor de wet gesloten en uiteraard is daar een stuk van, verdeeld over drie pagina's. Daarom hier een verwijzing in familysearch.org (voor het kunnen raadplegen is gebruikerscode en wachtwoord nodig zoals vermeld onder het hoofdstuk Stamboom) en de volgende letterlijke vertaling (weer met dank aan Harrie Lamers):
Op den twaalfde van de maand november agttien hondert twintig des smergens elf uurs compareerden voor ons Willem Cornelis Bakker Schmit en secretaris van de gemeente Ilpendam Purmerland en Ilp Aart Schaap van beroep dagloner wonende in de Ilp en aldaar geboren in de maand October des jaars zeventien hondert en zeventig blijkens acte van bekendheid daarvan op den zesentwintigste September deses jaars van den Heere Vredenregter des Cantons Purmer ende opgemaakt behoorlijk geregistreert en op den dertiende October daaraanvolgende door de Regtbank van Eerste aanleg zitting houdende te Hoorn gehomolgeert behoorlijk geregisteert zoon van wijlen Dirk Schaap en Grietje Vos bijde overleden hebbende de Comparant voldaan aan zijne verpligting ten opsichte van de Nationale Militie blijkens certificaat daarvan op den negentiende Augustus door den Heere Staatsraad Gouverneur van NoordHolland afgegeven en Geertje Jacobs West jonge dame sedert lang wonende inde Ilp en aldaar geboren den dertiende December zeventien hondert negen en tagtig dogter van wijlen Jacob West en Neeltje Derks Stroo bijde overleden blijkende dit alles uit de actens hiernevens overgelegd en welke ons hebben versogt het door hun voorgenomen huwelijk te voltrekken waarvan de afkondigingen op den negen en twintigste October en den vijfde november dezes jaars zonder eenige verhindering te Ilpendam hebben plaats gehad, hebben wij aan het versoek voldoende na vorlesing van alle de voren gemelde stukken als meede van het Hoofdstuk van het Burgerlijk Wetboek ten Opschrift hebbende Van het huwelijk aan elk der aanstaande Echtgenoten afgevraagd of zij elkanderen wederkerig tot man en vrouw wilde nemen waarop door ieder van hen een toestemmend andwoord zijnde gegeven verklaren wij in naam der Wet dat Aart Schaap en Geertje Jacobs West aen het huwelijk verbonden zijn van alle het welk wij acte hebben opgemaakt in tegenwoordigheid van Jacob Schaap makeler oud drie en vijftig jaren wonende Ilpendam broeder van de Bruydegom Klaas Bakker dagloner oud negen en twintig jaren wonend Landsmeer Jacob van Gelderen veldwagter oud een en vijftig jaren en Willem Strik dagloner oud zes en twintig jaren bijde wonende Ilpendam welke dese nae gedaane voorlesing met ons en de Bruydegom en Bruyd hebben getekend met instemming van Jacob Schaap welke verklaard niet te kunnen schrijven nog naam tekenen
Aart Schaap
Geertje Jacobs West
Klaas Bakker
Jacob van Gelderen
Willem Vink
Notaris Bakker
(margetekst)
Zijnde de Comparant weduwnaar van Aaltje Kolder op den zestiende April achttienhondert dertien in de Ilp overleden dese bijvoeging goed geheurt en naa gedaane voorlesing getekend
AS GW KB JvG WV Not B
Opvallend mede in combinatie met bovenstaand contract is dat de familienaam Stroo diverse keren voorkomt (zie ook oudovergrootouders).
Dirk Jansz Schaap (1735-1770) en Grietje Dirksdr Vos ( -1770) als ouders van Aart Dirksz Schaap (tak 1) en Arijaan Dirksz Schaap ( -1788) en Trijntje Pieters Stroo (1738-1769) als ouders van Pieter Arijaansz Schaap (tak 2). Gezien het bedrag dat zij moesten betalen waren de laatste in goede doen.
Dirk Arijaansz Schaap is de eerste zoon uit dit huwelijk maar niet een direkte stamhouder voor de eigen stamboom.
Jan Schaap en onbekende partner als ouders van Dirk Jansz Schaap (tak 1) en Dirk Pietersz Schaap en Trijntje Arendsd als ouders van Arijaan Dirksz Schaap (tak 2)
Wat heeft Oosterleek te maken met een beschrijving van een familie? In eerste instantie niet zoveel, maar het is wel een prima kapstok voor de beschrijving van een zijtak van de stamboom van familie Ruiters (oma Schaap).
Hiervoor moeten we terug naar begin zeventienhonderd. Toen leefde Nicolaus Hendriksz Balk (1693-1756), zoon van Henricus Izaaks Balck (1660-1707) en Magteldje Mulerius (1659-1720) en schoolmeester en koster in Westerblokker en getrouwd met Marij Jacobsd de Geus (1695-1740). Zij hadden meerdere kinderen maar voor de stamboom Ruiter en de van belang zijnde stamboom Balk zijn er twee zoons van belang. Jacob Nicolaasz Balk (1731/1805) voor de stamboom Ruiter en Henricus Nicolaasz Blak (1730/1802) voor de stamboom Balk. De stamboom Ruiter is uitgebreid beschreven bij oma Schaap, de stamboom Balk wordt nader toegelicht zonder op alle zijtakken in te gaan. Doel is om uit te komen in Oosterleek.
Henricus Nicolaasz Balk had in ieder geval een dochter, Marijtje Hendriksd Balk (1757/1815). Bijzonder maar verder niet van belang is dat zij trouwde met Pieter Balk (1755/1824) die de kleinzoon is van de broer van de grootvader van Marijtje. Marijtje kwam uit Wijdenes en Pieter uit Blokker. Het gevolg van dit huwelijk was dat alle kinderen de achternaam Balk kregen.
Ook dit gezin kreeg meerdere kinderen waarvan voor onze stamboom alleen Klaas Balk (1795/1857) van belang is. Hij trouwde op 3 april 1825 in Wijdenes met Niesje van Meurs (1800/1858) uit Venhuizen.
Ook nu weer meerdere kinderen waarvan alleen Jacob Balk (1844/1902) de meest interressante is. Jacob trouwde eerst op 1 mei 1864 in Wijdenes met Neeltje Swager (1844/1873). Zij kregen twee kinderen.
Na het overlijden van Neeltje trouwde Jacob op 25 oktober 1874 in Wijdenes met Aagje Mantel. Uit dit huwelijk kwamen ook twee kinderen, Maria Brendina Engelina Balk (1877/1947) en Pieter Balk (1881/1950).
In 1900 kocht Jacob een typisch Westfries langhuis in Oosterleek voor f 3000,-. Veel plezier heeft hij daar niet van gehad want twee jaar later overleed hij. Het heeft tot 1908 geduurd voordat het huis overging naar zijn zoon Pieter die in het huis ernaast woonde. Intussen was Pieter op 28 april 1904 getrouwd met Aafje Smit. Het huis waarin Pieter en Aafje woonde stortte in, mogelijk door een explosie in de kruitfabriek te Muiden. De verhuizing naar het huis ernaast moet bijzonder zijn geweest. Het verhaal gaat dat de kachel nog warm was toen die verhuisd werd. Jaren nadat ze naar het langhuis verhuisd waren overleed Pieter in 1950. Aafje Smit, overleden in 1984, was daarmee de laatste vaste bewoonster van dit bijzondere huis in Oosterleek. Daarna is het huis tot 1995 als weekendhuis gebruikt door NRC-journalist Jaap Balk.
Na jaren waarin het huis verviel tot een bouwval werd het van de erfgenamen van de familie Balk gekocht door de stichting Hendrick de Keijser die het geheel restaureerde en weer terug bracht naar de originele staat. Nu dient het als een combinatie van museum en B&B.
Binnen de familie Schaap is Oosterleek ook belangrijk. Ome Piet en tante Rie Schaap hebben er jarenlang gewoond en nu, precies tegenover het langhuis, wonen nicht Geri met Vok al jaren in hetzelfde huis.
Het programma waarin de stamboom gemaakt is kent vele mogelijkheden. Wil je daar eerst een uitleg over kijk dan hier.
De stamboom van de familie Schaap is onderdeel van de totale stamboom van Arie en Petra en is hier te bekijken. Let hierbij op, de stamboom begint bij de houder van de stamboom en dat is Arie. Levende personen worden niet weergegeven.
Iedereen die aanvullingen of verbeteringen of wat voor soort informatie over deze stamboom heeft, wordt uitgenodigd om die te delen.
Er is nog een beschijving op internet gevonden met beschrijving van en tak Schaap uit Oostzaan. Deze link heeft geleid tot een contact met een nicht in de 5e graad. Bijzonder is dat haar moeder (aangetrouwde nicht in de 4e graad) weer familie is van Vok Bobeldijk, de man van nicht Gerie Schaap.
Veel oude documenten zijn vrijwel niet te lezen maar kunnen toch belangrijke informatie bevatten. Het volgende document betreft het tweede huwelijk van Aart Dirksz Schaap met Geertje Jacobs West op 12-11-1820 in Ilpendam.
Omdat de tekst vrijwel onleesbaar is volgt daaronder de transcriptie die gemaakt is door Harrie Lamers.


Op den twaalfde van den maand November agttien hondert twintig des smergens elf uurs compareerden voor ons Willem Simeon Bakker schout en secretaris van de gemeente Ilpendam Purmerdam en Ilp Aart Schaap van beroep dagloner wonende in de Ilp en aldaar geboren in de maand October des jaars zeventienhondert en zeventig blijkens acte van bekendheid daarvan op den zesentwintigste September deses jaars van den Heere Vredenregter des Cantons Purmerende opgemaakt behoorlijk geregistreert en op den dertiende October daaraanvolgende door de regtbeamte van eerste aanleg zitting houdende te Hoorn gehomologeert behoorlijk geregistreert, zoon van wijlen Dirk Schaap en Grietje Vos bijde overleden hebbende de comparant voldaan aan zijne verpligting ten opsigte van de Nationale Militie blijkens certificaat daarvan op den negentiende Augustus door den Heere staatsraad Gouverneur van Noord Holland afgegeven en Geertje Jacobs West jonge dochter zonder beroep wonende in de Ilp en aldaar geboren den dertiende December zeventien hondert negen en tagtig dogter van wijlen Jacob West en Neeltje Derks Stroo bijde overleden, blijkende dit alles uit de actens hier nevens overgelegd en welke ons hebben versogt het door haar voorgenomen huwelijk te voltrekken waarvan de afkondigingen op den negen en twintigste October en den vijfde November deses jaars zonder eenige verhindering te Ilpendam hebben plaats gehad, hebben wij, aan dit versoek voldoende na voorlesing van alle de van voren gemelde stukken als meede van het Hoofdstuk van het Burgerlijk Wetboek ten opsigte hebbende van het huwelijk, aan elk der aanstaande echtgenoten afgevraagd of zij elkander wederkerig tot man en vrouw wilden nemen waarop door ieder van hen een toestemmend andwoord zijnde gegeven, verklaren wij in naam der Wet dat Aart Schaap en Geertje West in het huwelijk verbonden zijn, van alle het welke wij acte hebben opgemaakt in tegenwoordigheid van Jacob Schaap metselaar oud drie en vijftig jaren wonende te Ilpendam broeder van de bruydegom Klaas Barten dagloner oud negen en twintig jaren wonende te Landsmeer Jacob van Gelderen veldwagter oud een en vijftig jaren en Willem Vink dagloner oud zes en twintig jaren bijde wonende te Ilpendam welke dese na gedaane vorlesing met ons en de bruydegom en bruyd hebben getekend met uitsondering van Jacob Schaap welke verklaarde niet te kunnen schrijven nog naam tekenen
marge)
Zijnde de comparant weduwnaar van Aaltje Kolder op de zestiende April agtienhondert dertien in de Ilp overleden dito bijvoeging goed gekeurt en na gedaane vorlesing getekend.
Transcriptie door Harrie Lamers
Op huijden den 12e April anno 1741 Compareerde voor mij Jacob Schagen openbaar notaris, bij den Hove van Hollandt geadmitteert tot Oosterblokker residerende en voor den getuijgen naargenoemt den Edele Johannes Balk, konotaris der stede item en van huijsen wonende tot Venhuijsen, meede naargelaaten zoone van Magteld Mulerius overleden tot Oosterblokker dewelke verklaarde te constitueren en volmagtig te maken also doende bij desen den Edele Nicolaas Balk coster en schoolmeester tot Westerblokker zijns comparants eenige moeder en meede naargelaten zoone van de voornoemde Magteld Mulerius, omme soo wel uijt zijn constituants naamen als vanwegen hem selfs de reekeninge die de Heer Nicolaas Holtius predicant tot Koudekerke haarluijden neef als executeur van den testamente van Juffrouw Elisabeth van Exel weduwe van de Heer Jacobus Elsevier overleden tot Delft gepasseert voor den notaris meester Willem Vlaardingerwoud en sekere getuijgen tot Delft in dato den 31e Augustus anno 1725 van de effecten onder hem in die qualiteijt volgens het selve testament berustende gewaaringt jaarlijks aan Elisabeth Emans weduwe wijlen Samuel Pobeljonius haar leven lang gedurende een hondert gulden moet te worden uijtgereijkt, te koomen op te neemen en helpen sluijten; als meede dewijle de voornoemde Elisabeth Emans alsnu overleden is, met de verledene geinteresseerdens en gepraelegateerdens tot die effecten, deselve effecten onder malkanderen te verdeelen en vereffenen, zijn comparants aandeel daar inne over te nemen en alle noodige actens daar ontrent te passeren.
Ende tekenen, generalijk alles te doen ende verrigten t gene mij comparant zelfs tegenwoordig zijnde daar ontrent soude kunnen doen alsware dat daar toe eenige nadere last ende magt van noode waare als houdende alles alhier voor gensceneert met volkomen magt van substitutie. Beloovende te approveeren alle t geene hier inne bij dan geconstitueerd worde gedaan ende verrigt Behoorende stappans onder verband ende subsriptie als naar regten aldus gepasseert tot Oosterblokker ten overstaan van Jacob De Geus ende Gerrit De Geus, als getuijgen geloofwaardig hier toe versogt die delen nevens den comparant ende mij notaris getekent hebben op dato als boven
J. Balk
Jacob De Geus
Gerrit De Geus
Notaris Putten
Schagen 1741
Transcriptie door Harrie Lamers
Staat ende inventaris van den boedel ende goederen ende effecten van Jan Jansz Dekker, wonende tot Oosterblokker, ende desselfs overleden huijsvrouw Magteltje Mulerius zalige, aldaar overleden, soodanig die bestonden op het overlijden van gemelde Magteltje Mulerius, gedaan maken ten versoeke van soon Pieter Mulerius, Cornelis de Geus als last en procuratie hebbende van Johannes Mulerius zijnde in de voornoemde procuratie gepasseert voor den notaris Jacob van Beek, sekere getuijgen tot Hoorn in dato 4de Maart anno 1720 en Leonard Goudappel, als gesamentlijk aangestelde voogden door de voornoemde Magteltje Mulerius over Nicolaas Joannes Balk zone naargelaten minderjarige kinderen gegenereert in een der hiwelijk bij dominee Henricus Balk in zijn leven predikant tot Schellingwout, volgens acte gepasseert voor den notaris Pieter Blom en sekere getuijgen tot Amsterdam in dato den 12de December anno 1719.
Roerende goederen in ’t voorhuijs een spiegel met ene ebbehouten lijst.
Op de volgende pagina's van dit testament wordt een opsomming gegeven van alle in het huis aangetroffen goederen zoals meubelen, kleren, sierraden en zo voort. Voor wie daar interesse in heeft kan de eerste van die volgende pagina's hier vinden.
Er zijn beschrijvingen van andere families beschikbaar. De verwijzingen daar naar staan hieronder.
Een apart deel van de gezamelijke geschiedenis van de families Schaap en Pieters is de vinden in een aparte beschrijving.
Er is nog een stamboom in Geneanet van een familie Schaap uit Zaandam. Nog geen overeenkomst gevonden, misschien later. https://gw.geneanet.org/lschaap?lang=nl&n=schaap&oc=0&p=cornelis+klaas&type=tree


































