Nu ik gepensioneerd ben is terug kijken naar het verleden een logische bezigheid. Niet dat er niets anders te doen is, maar mijmeren over dat wat er geweest is, kan ook leuk zijn. Komt bij dat de ontwikkelingen tegenwoordig zo snel gaan dat zaken die voor mij nieuw waren nu al weer soms volledig zijn vergeten. In het bijzonder in het vakgebied waarin ik meer dan 35 jaar werkzaam ben geweest, de ICT of zoals we dat vroeger noemde de automatisering. Zaken die bij voorbeeld nu vergeten zijn terwijl ze voor ons in onze jeugd nieuw waren, zijn de ponskaart of de computertape en de electrische schrijfmachine. Iets ouder, maar ik heb daar toch nog iets van meegekregen waren de ponsband (in gebruik bij de telex) en het programmeerbord. Bij het vertellen over deze zaken zie ik soms meewarige blikken en toch, zolang geleden is dat niet.
Om een aantal van de computers en andere apparatuur niet te vergeten volgen in min of meer chronologische volgorde een aantal apparaten waarmee ik gewerkt heb of zijdelings mee te maken heb gehad.

De eerste computer waarmee ik zou gaan werken was een IBM 360/25. In die tijd had deze nieuwe computer een levertijd van bijna een jaar. Voldoende tijd om de benodigde computerruimte te bouwen maar voor ons, de mensen die er mee moesten werken, best lastig. Een vergelijkbare computer was niet altijd beschikbaar bij vestigingen van IBM, daarom voor bepaalde testen uitgeweken naar een oudere computer, de IBM 1401. Veel van de functies gelijk aan die van de bestelde computer alleen trager en moeilijker te bedienen.
Links de IBM 14001 en rechts de IBM 360/25 (onze versie had een blauwe kast en beschikte niet over de zogenaamde konijnenhokken (verwisselbare harde schijven).

Voor beide systemen en ook voor de latere IBM 370/40 waren de ponskaarten het invoer medium. Iedere kaart bestond uit 10 rijen van 80 posities en kon dus 80 tekens bevatten. Tot ongeveer 1980 waren deze nog steeds in gebruik.
Opslag kon bij beide machines in beperkte mate op een harde schijf maar werd voornamelijk gedaan op magnetische tapes. Die konden veel meer informatie bevatten en hadden het voordeel dat ze konden rouleren en extern bewaard worden (uit veiligheid). Het laatste belangrijke onderdeel was de printer. Maximale breedte 132 tekens en geen grafische afbeeldingen en slechts 1 lettertype.

Bij wisseling van werkgever hoorde ook een andere computer alhoewel het verhaal veel overeen kwam. Nu betrof het een op dat moment nieuwste computer, een IBM 370/40 met ook een ander operating systeem (OS in plaats van DOS). De levertijd was nu ook weer heel lang en dus ook nu weer voldoende tijd om een computerruimte te bouwen. Testen gebeurde ook nu weer bij vestigingen van IBM en vond veelal midden in de nacht plaats vanwege beschikbare tijd.
Links een overzicht en rechts het bedieningspaneel met veel lichtjes en schakelaars. Met die laatste was het zelfs mogelijk om geladen programma's op bepaalde punten te wijzigen (hacken). Dat deden we soms tijdens testen omdat dat sneller was dan het programma aanpassen en opnieuw opstarten. (bij de beschrijving van Citroën staat een foto van onze eigen computer).
Bij een klant moest een systeem op een mini computer gaan draaien. Dit systeem was het SWIFT netwerk voor buitenlands betalingsverkeer. Het systeem is nu nog steeds in gebruik, de mini computer niet. Iedere bank met buitenlands betalingsverkeer moets over een dergelijke computer of een vergelijkbaar systeem beschikken. In Nederland koos zowel de NCB als de Nederlandse Bank voor deze oplossing. Ik heb beide mogen installeren. Daarvoor moest een draaiboek gemaakt worden zodat regulier computer personeel het systeem kon bedienen. Zoals bij veel handboeken die ik in die tijd geschreven heb, gebeurde dat gewoon met de pen, werd dit door een secretaresse getypt, was er daarna 1 of meerdere correctie rondes met veel knip en plak werk en onvermijdelijk gestreep en opnieuw schrijven en plaatjes inplakken, Als dat allemaal gebeurd was kon het gekopiëerd worden voor verspreiding.
Uit deze tijd zijn ook de geheugen chip en module. De chip was goed voor 8 bits (1 byte). De module was duidelijk nieuwer, de juiste capaciteit is niet bekend maar zal ergens 64 KB zijn geweest.

Rond deze tijd kwam de PC op. Niet die als basis de IBM PC had, maar bijvoorbeeld de Aplle II+ die mijn werkgever op de kop had weten te tikken. Volledig nieuw voor ieder die toen aktief was in de automatisering en ook de toepassings mogelijkheden moesten nog ontdekt worden. De Postbank (later ING) vond zo'n toepassing. In een grote bus werden een aantal van deze systemen opgesteld en met die bus werd door Nederland gereden. Met deze systemen konden mensen uitrekenen hoe een hypotheek zich in de loop van de tijd ontwikkelde (aflossingen en openstaande schuld per jaar). Ik heb daar mijn bijdrage aan geleverd. Om de mogelijkheden nog beter te leren kennen heb ik de Apple II+ met bijbehorende tv als beeldscherm en IBM elektrische schrijfmachine (met een kleine aanpassing) als printer mogen gebruiken.
Wij waren toen heel aktief bij wedstrijd zwemmen. Ik heb toen een programma gemaakt waarbij de wedstrijd administratie (serie en baan indeling en verwerking van gezwommen tijden naar uitslagen overzicht) gemaakt had. Dit kreeg veel belangstelling van de andere verenigingen en hoewel het tijdens een meerdaags toernooi een hele nacht doorwerken kostte om de juiste uitslagen te produceren, was het een succes.
Voor opslag werd grbruik gemaakt van zogenaamde floppy's. In eerste instantie flexiebele schijfjes, in latere versies in een hard omhulsel. De eerste floppy's werden al gebruikt in de grote IBM computersystemen voor opslag machine code, dan in een grote 8" versie. Deze waren ingebouwd zodat niemand die zag. Later werden ze steeds kleiner eerst 5,25" dan 3,5", betrouwbaarder, minder kwedsbaar en sneller. Toch is ook dit medium inmiddels vergeten.
Veel bedrijven ontwikkelden eigen computers en een daarvan was Epson. Vooral bekend van printers maar ze waren een van de eerste met een soort laptop. Een computer op A4 formaat voorzien van een volledig toetsenbord, een scherm van 4 regels van 80 posities, een kassarolprinter en een micro cassette voor opslag.
Binnen de beperkte mogelijkheden van het scherm was het wel mogelijk om grafische figuren te maken. Een hele vooruitgang. We hebben deze computer voor een schoenenwinkel voorzien van een barcode lezer en met een kassalade samen gebouwd tot een volledige kassa. Verkopen werden vast gelegd op de cassette en 's avonds verzonden naar het hoofdkantoor. Dat beschikte hierdoor dagen eerder over verkoop en voorraad gegevens.
Later met diezelfde barcode lezer het systeem ingezet voor registratie van retourzendingen tijdschriften. Met behulp hiervan kon bepaald worden wat de wederverkopers verkocht hadden. Deze laatste toepassing was overigens in Barcelona.
De tijd van de PC brak echt aan met de allereerste IBM PC. Mijn werkgever nam er een mee uit USA dus met 110V voeding en voorzien van 1 floppy lezer en een harde schijf van 10MB. Door onze ervaring met deze computer hebben we veel werk van klanten gekregen die ook deze PC aanschaften. Voordeel van dit systeem was dat er meerdere programmeertalen beschikbaar waren zoals Basic maar ook COBOL. Dit laatste was weer prettig omdat veel mainframe programmeurs dit beheersten.
De eerste systemen waren uitgerust met een monogchroom scherm met alleen tekst, maar al snel volgde eerst de kleurenschermen met alleen tekst en daarna de grafische kleurenschermen. Ook de 5,25"" floppy drives werden al snel vervangen door 3,5" floppy drives en de harde schijven werden net zoals het interne geugen snel groter.
1962 - 1964
Het begin van de werkzaamheden had veel te maken met de resultaten op school. Op de lagere school ging alles naar wens met zodanige resultaten dat ik naar de HBS mocht. De pubertijd en vooral de voorliefde voor voetballen maakte echter dat het daar niet goed ging. De vrijheid was iets te veel van het goede en toen ik ook nog iets met handtekeningen van mijn moeder deed was de maat vol en mocht ik een andere school gaan zoeken. Dat werd de ULO. Wij hadden thuis een voogd, de heer en mevrouw Dijkman, en die werd vanaf dat moment heel belangrijk voor mij. Door gesprekken met hem werd het me duidelijk dat ik iets moest gaan leren en daarom ben ik 's avonds, naast de ULO overdag, de ambachtschool gaan volgen. In 1962 ben ik voor beide scholen geslaagd en mocht ik, door de contacten van mijnheer Dijkman, toelatingsexamen voor de avond HTS doen waarvoor ik slaagde.
Voor de avond HTS was het noodzakelijk dat je werkzaam was in de richting waarvoor je studeerde en ik heb toen besloten om tot mijn diensttijd als bankwerker te gaan werken.
Het eerste jaar was dat bij Klinkenberg. Een groot bedrijf waar veelal routine matige werkzaamheden uitgevoerd werden. Veel geleerd heb ik daar niet met uitzondering van smeden. Dat werd daar nog gedaan voor de vervaardiging van de KliKo vuilniswagens en was vanwege de warme omstandigheden werk naar mijn zin.
Weer door mijnheer Dijkman kon ik gaan voetballen bij KFC, maar de voorwaarden vond ik niet aantrekkelijk en bleef ik gewoon bij QSC dat op dat moment gesponserd werd door het constructiebedrijf Snelders.
Na 1 jaar werken bij Klinkenberg kon ik overgaan naar Snelders in de vorm van sponsering. Dat betekende dat ik van 19 gulden per week ineens 60 gulden per week ging verdienen. Dik betaald toen. Daarboven kwam nog dat het werk afwisselender en uitdagender was. Hier heb ik wel wat geleerd.
Het werken bij dit bedrijf zorgde dat ik bij veel bedrijven in de Zaanstreek kwam. De bekendste waren Bruynzeel en Honig. Voor die eerste heb ik meegewerkt aan de verplaatsing van de potlodenfabriek naar Bergen op Zoom. Toen wist ik nog niet dat ik meerdere keren in die plaats zou terugkeren.
De diensttijd zorgde dat dit teneinde kwam en ook de voetbal aspiraties op een lager pitje kwamen.
1966 - 1968

Voor mijn dienstplicht werd ik als lichting 64-6 opgeroepen en ingedeeld bij de artillerie. De basis opleiding van 2 maanden gehad in Ossendrecht en daar ook mijn op dat moment, toekomstige zwager ontmoet. Philip sliep in het bovenbed en ik er onder. Ook tijdens de oefeningen waren we zo veel mogelijk maatjes. Van een van die oefeningen stamt ook het verhaal dat we samen in een zogenaamd puptentje moesten slapen terwijl het buiten vroor. Het was ergens in januari. Omdat ik zulke zweetvoeten had heeft Philip mijn laarsen buiten gezet. De volgende morgen moest ik ze weer aantrekken met een dunne ijslaag aan de binnenkant. Nu heb ik nog steeds koude voeten.
Mijn verder opleiding tot wachtmeester (bij de artillerie heet een sergeant wachtmeester) heb ik gedurende een aantal maanden in Amsterdam gehad en de verdere specialisatie tot fourier in Kampen. De rest van mijn diensttijd tot 21 maanden heb ik als fourier bij de stafafdeling van het 14e artillerie korps in Ede door mogen brengen. Gunstig was dat ik ook geselecteerd werd voor het afdelingsvoetbal elftal, wat me de gelegenheid gaf tot extra trainingen en daarmee voorkomend dat ik mee op oefening moest. Hele mooie tijd. Met drie collegaˊs deelde ik een kamer op de bovenste verdieping van de kazerne en hadden daardoor een grote vrijheid.

Na de diensttijd van 21 maanden heb ik uiteraard werk gezocht dat aansloot op mijn opleiding op de HTS. Dat werd de afdeling technische planning bij Forbo. Ook heel leuk en uitdagend. De hele fabriek was het werkterrein. Het mooiste project was de planning van de eerste Novilon fabriek. Helemaal compleet vanaf de bouw tot en met het opstarten van het productie proces en dat allemaal met een handmatig opgestelde en bijgehouden planning via het toen nog vrijwel onbekendr Perth systeem. Een complete dagtaak maar met succes. De fabriek werd op tijd en binnen budget opgeleverd en draaide heel snel productie (toen nog met een op asbest gebaseerde onderlaag).
Inmiddels was bij Forbo het plan opgevat om een computer aan te schaffen met de hele organisatorische mikmak er omheen. Geschikt personeel was heel moeilijk te vinden en in overleg met IBM werd besloten om intern te gaan zoeken naar mensen met geschikte opleiding en de wil om een heel nieuw vak te leren. Ik was 1 van de mensen die hiervoor in aanmerking kwam en 1 van de drie die de selectie procedure met goed gevolg doorliepen.
1968 - 1970
De eerste twee jaren van mijn carriere in de ICT bestonden voornamelijk uit het verkrijgen van programmeervaardigheden en het aanleren van talen zoals COBOL en RPG. De eerste is nog steeds een van de meest in gebruik zijnde talen, de tweede is vergeten.
Ook was dit de tijd van vele nachtelijke testuren. Door de lange levertijd van de enorme mainframe computers stelde de leverancier testtijd op eigen computers ter beschikking. Deze tijd kon per half uur gehuurd worden en was alleen maar in de nachtelijke uren beschikbaar. Dat betekende dat we bijvoorbeeld testtijd van half 3 tot 3 uur hadden. Met reistijd naar de beschikbare computer in Amsterdam of Uithoorn was een groot deel van de nacht nodig. Wat je wel leerde was heel snel werken, want na je half uur stond de volgende klant klaar en moest je echt verdwijnen.
Het leuke aan deze tijd was dat we volledig vanaf nul moesten staren met de ontwikkeling. Uiteraard waren er handmatige procedures en er was een typekamer (voor onder meer het typen van facturen), maar meer was er niet. Ook de ruimte voor de computer (de computerzaal) en de kantoren voor ontwerpers en programmeurs moest compleet gebouwd worden. De computer, een IBM 360/25 met een printer/kaartlezer, 2 tape units en 1 verwisselbare harde schijf van 5MB vulde de volledige ruimte.
1970 - 1974
Daarna een uitdagende overgang waarbij ik ook systemen ging ontwerpen. De mooiste herinnering hierbij is de ontwikkeling van een online systeem. Klinkt nu heel normaal, maar dit betrof het tweede in Nederland ontwikkelde systeem en dan met beperkte (financiële) middelen. Er was geen ervaring en alles moest proefondervinderlijk vast gesteld worden. Het systeem op zich was niet zo ingewikkeld en betrof de mogelijkheid voor dealers om de voorraad van nieuwe auto's bij de importeur en bij andere dealers te raadplegen en het kunnen invoeren van nieuwe bestellingen. 
Bijkomende zaken waren het inzien van openstaande orders en status van aflevering. Leuk om nu te vertellen is dat de terminals bij de dealers geen beeldschermen waren. Die bestonden wel maar waren peperduur en voor normale bedrijven onbetaalbaar. Wij gebruikte omgebouwde electrische schrijfmachines van IBM voor het uitwisselen van informatie. Een bijkomend probleem was de beveiliging. Niet die van mogelijke hackers, want die bestonden nog niet en zouden het ook heel moeilijk hebben omdat het altijd gekozen verbindingen via de telefoonlijn betroffen. Nee, het probleem zat in het verbreken van de verbindingen en de regelmatig voorkomende computerstoringen. Het probleem was dat zeker gesteld moest worden dat er geen gegevens zoek zouden raken. Hiervoor heb ik uiteindelijk een systeem ontworden dat er kort gezegd op neer kwam dat de situatie voor de mutatie, de mutatie zelf en de situatie na de mutatie op tape vast gelegd werd. Bij problemen kon die tape altijd terug gespoeld worden. Vanwege de ingewikkeldheid van het systeem moest dit in de machinetaal Assembler geschreven worden, zodat ik ook daar een behoorlijke ervaring in opdeed. Jaren later bleek dit systeem nog steeds in gebruik te zijn.
Een belangrijke bijkomstigheid was dat we met de belastingdienst overeen konden komen dat de opslag van de nog niet verkochte auto's bij de dealers in een zogenaamd fictief entrepot kwamen. Dit was mogelijk vanwege ons goed werkende computersystemen en we waren daarmee de eerste in Nederland. Nu heel gewoon, maar toen volledig nieuw. Vanwege de koppeling van ouderdom van een auto aan het kenteken was dit een belangrijk financieel voordeel voor de dealers. Andere automerken volgden niet lang daarna, maar wij waren de eerste. Op de foto staat bij het bedieningspaneel Ton Baas en bij de transportkar Arie. Ton Baas is bij drie achtereenvolgende bedrijven mijn collega geweest.
1974 - 1977
De uitdaging was er daarna vanaf en die zocht ik in een nieuwe functie als hoofd van de ontwikkelafdeling bij een centrum van 11 samenwerkende ziekenfondsen. In Nederland waren nog twee van deze centra met dezelfde computerapparatuur en de ontwikkeling van de software ging in samenwerking met deze andere centra en de computerleverancier. Als meest ervaren ontwikkelaar werd ik de hoofdverantwoordelijke. De administratie die we als eerste maakten was de verzekerdenadministratie. Op zich eenvoudig, hou bij wie verzekerd is, wie meeverzekerd is en wat de premie is. Moeilijkheid was dat het wel een miljoen verzekerden betrof en computersystemen en zeker databases konden dat nog niet goed aan.
Een net zo groot probleem was dat, zoals gezegd het een centrum van 11 ziekenfondsen betrof die volledig zelfstandig waren. Ook beide andere centra waren gevormd door een vergelijkbaar aantal fondsen. En ieder fonds had zijn directeur die zich wilde laten gelden. Ik weet nog dat een belangrijk document het zogenaamde "Bewijs van Inschrijving"was. Dit was een officieel bewijs voor de verzekerde. We hebben hele discussie gevoerd over de plaats van de handtekening van de directeur van het betreffende ziekenfonds. De een wilde die links onder, de ander rechts onder en weer een ander ergens in het midden. Uiteindelijk zijn ze het onder druk van ons eens geworden, maar moeilijk was het wel en het is illistratief voor de problemen en het niveau waarop dit afgehandeld werd.
De Unisys computers die we toen gebruikten waren wel groot in omvang, maar niet in prestatie. Zo was er een chronisch tekort aan schijfruimte (voor meer dan 1 miljoen verzekerden) en intern geheugen was onbetaalbaar. Als hoofd ontwikkeling heb ik een syteem ontwikkeld wat nu bekend is als cache geheugen. Niet echt vergelijkbaar, maar de werking bestond simpel uit een stukje geheugen waarin veel gebruikte gegevens bewaard bleven. Hierdoor behoefde niet steeds de harde schijf geraadpleegd te worden en dat gaf een indrukwekkende versnelling van het proces te zien.
1977 - 1988

Verhuizing van het centrum meer naar het centrum van de regio van de ziekenfondsen en verder van huis was aanleiding tot overstap naar een commerciele instelling, zijnde een detacheringsbedrijf. Dit bedrijf was in hoofdzaak gericht op detachering van computerbedienings personeel en niet op ontwikkelaars. Ik moest hier verandering in brengen. Een prachtig voorbeeld van pioneerswerk.
Uiteraard werd ik zelf ook gedetacheerd. De eerste opdracht was bij een inmiddels al lang overgenomen bank (NCB) en hied het ontwerp in van een systeem waarbij decentrale kantoren hun buitenlandse betalingsopdrachten via een speciaal daarvoor ontworpen mini computer aan het centrale computer systeem aanleverden. Technisch gezien een geweldige uitdaging vanwege de elkaar niet begrijpende architecturen die we in een klein team toch tot een werkende oplossing wisten te brengen. In gebruik is het systeem nooit geweest omdat de leverancier van de minicomputers failliet ging en dus niet leverde. De truuk
opnieuw uitvoeren met een ander merk werd als te duur ervaren en dus stierf het systeem in schoonheid.
Vanwege de inmiddels opgedane ervaringen met mini computers was ik de aangewezen persoon om een volgend nieuw systeem bij de bank te introduceren. Het betalingsverkeer tussen met name buitenlandse banken bestond toen nog uit het verzenden van opdrachten per telex en kon echt niet meer mee. Daarom was de organisatie SWIFT opgericht met centrale computer systemen in België en Zoetermeer in Nederland. Bij aangesloten banken moets een mini computer staan en dat werd bij onze bank een Digital PDP 11. Een beroemd en betrouwbaar systeem. Ik mocht de software ontwikkelen om dit systeem aan te sluiten op de software van de bank plus de bijbehorende gebruikershandleidingen schrijven. Dit werkte perfect en het systeem was werkend beschikbaar voordat het SWIFT systeem daadwerkelijk in de lucht was.
De snelle ontwikkeling was de aanleiding dat ik hetzelfde truukje mocht herhalen voor de Nederlandse Bank. Ook weer een ervaring apart in een heel beveiligde omgeving, maar ook daar lukte het en kon het systeem bij beide banken op tijd ingevoerd worden en gingen vanaf dit moment al het buitenlands betalingsverkeer sneller en veiliger.
Hierna volgde een adviseringsklus bij een energiecentrale in Groningen. Veel rijden en omdat het in de herfst en winter was, ook veel met slecht weer. Bijzonder was dat in dat jaar heel veel sneeuw viel. Zoveel zelfs dat, mogelijk voor het eerst, de afsluitdijk voor alle verkeer afgesloten werd. Ik was echt de laatste auto die de dijk opmocht. Direkt achter me gingen de slagbomen neer. De tocht op zich was enerverend. Er was eigenlijk geen weg meer te bekennen. Veel sneeuwbergen, vangrails sosms volledig onder de sneeuw zodat er weinig oriëntatiepunten beschikbaar waren. Op een gegeven moment stuitte ik op een ingesneeuwde auto welke ik losgetrokken heb. Samen hebben we de weg vervolgens af kunnen leggen. Gladheid, mist, regen en zoals gezegd veel sneeuw, maakte iedere rit een gevaarlijke missie. Temeer omdat de weg in Friesland en Groningen nog tweebaans was.
Omdat ik bekend was vanwege mijn werkzaamheden bij de samenwerkende ziekenfondsen werd mijn hulp ingeroepen bij een ander centrum van andere samenwerkende ziekenfondsen met een andere computerleverancier. Voor mij prettig, want dit cemtrum zat eerst in Amsterdam en verhuisde tijdens mijn opdracht naar Wormer. Eindelijk niet zoveel rijden. Bij dit centrum op een heel andere manier met andere apparatuur en andere mensen eenzelfde verzekerdenadministratie ontworpen. Ook dit centrum werkte weer samen met andere centra in Nederland. Samen met de eerdere bouw enige jaren eerder, kan ik zeggen dat ongeveer een derde van de Nederlandse bevolking geadministreerd is bij een ziekenfonds met onder mijn verantwoordelijkheid ontwikkelde software.
Inmiddels had de personal computer zijn intree gedaan en mocht ik mij daar op mede op richten. Commercieel nog niet zo aantrekkelijk, want je kon er binnen een bedrijf nog niet zoveel mee, maar ook toen zagen we de toekomst.
Ons bedrijf wist op een of andere manier de hand te leggen op een echte Apple IIe. Een klein kastje waarbij een draagbare tv als monitor dienst deed. De eerste en enige opdracht die ik daarop uitgevoerd heb was voor de toenmalige Postbank. Zij hadden een omgebouwde bus en in die bus kwamen een aantal Apple's met daarop een eenvoudig programma dat een annuïteitsberekening deed om de hypotheekbelasting te kunnen berekenen. Dit programma heb ik toen heel snel in Basic geschreven.
De eerste grote opdracht was niet met een pc, maar met een laptop. Een prachtig apparaat van Epson (de HX20) met het formaat van een A4-tje. De computer beschikte over een klein, zeg maar hèèèèl klein schermpje van 4 regels van 80 positites, maar ook over een minicassette recorder en een printer zoals die normaal op een kassa zit. Dit alles in 1 apparaat. Wat we bedacht hadden was om deze computer te combineren met een geldla en een barcodescanner. Hiermee hadden we een volledige kassa met mogelijkheid om de transacties op de cassete vast te leggen. We hebben dit toegepast bij een winkelketen van schoenenwinkels en daarmee het bedrijf een geweldig voordeel tenopzichte van de concurenten bezorgd. Bijzonder hierbij was dat ik zelf het transmissieprotocol inclusief foutdetectie en afhandeling, heb moeten ontwerpen en schrijven. 's Avonds was men op het hoofdkantoor hierdoor al op de hoogte van de dagverkopen en zodoende in staat om de voorraden snel aan te vullen.
De volgende opdracht was bij Frumona, een bedrijf van Heineken en dit was ook de eerste toepassing van een pc binnen het bedrijf. Het systeem ontwikkeld samen met iemand van Heineken. De aanloop in ons kantoor van mensen die een pc in levende lijve wilden zien was groot maar weerhield ons er niet van om een soepel werkend systeem af te leveren.
De volgende opdracht was ook apart. Bij de Kas Associatie (een effecten bewaarbank voor banken) draaide een systeem voor effectenadministratie waarvan iedere kennis inmiddels verloren was gegaan. Het systeem draaide maar en kon niets aan gewijzigd worden. Omdat het systeem vervangen moest worden vanwege de introductie van electronische effectenhandel moest de werking van het oude systeem in kaart gebracht worden. Het oude systeem was geschreven in Assembler en ook van deze weinig gebruikte programmeertaal was weinig kennis voorhanden en dus mocht ik het doen. Dat was niet makkelijk want enerzijds moest je achterhalen waarom instructies in die volgorde stonden maar ook veel wat de bedoeling was geweest van de oorspronkelijke programmeur. Met veel uitproberen lukte het toch om het hele systeem in beeld te krijgen.
Omdat ik die kennis nu toch had mocht ik ook het nieuwe girale effectensysteem bouwen. Een gedenkwaardige dag was het toen de eerste girale effectendeal verwerkt werd.
Een klus bij TACT, een bedrijf van de KLM was de volgende. Voor de vrachtafhandeling was een interactief computersysteem nodig met, en dat was een duidelijke eis, een response tijd van maximaal 3 seconden. Nu in deze tijd een simpel systeem met al onze geavanceerde navigatiesystemen die ons door heel Europa en indien gewenst verder in veel werelddelen leiden, maar toen was dat een volledige nieuwigheid. Via een terminal moest iedere agent waar ook in de wereld een vracht van elk vliegveld kunnen laten vervoeren naar ieder ander vliegveld, rekening houdend met de soort vracht (bloemen en bederfelijke waren hebben meer haast dan bij voorbeeld computeronderdelen). Omdat dit vrijwel nooit met een rechtstreekse vlucht te realiseren was, moest het systeem berekenen wat de beste en snelste route was, waar de lading overgeladen moest worden en met welke maatschappijen dat gebeurde en dat alles binnen 3 seconde. Het systeem was gebaseerd op gegevens die periodiek in boekvorm of op tape door de IATA (overkoepeldende organisatie van vliegtuigmaatschappijen) als een soort spoorboek verstrekt werden. Trots kan ik vermelden dat dit werkte en nog een aantal jaar in gebruik is gebleven totdat er andere appartuur en andere infrastructuur in de vorm van internet beschikbaar kwam. Ik heb het logisch ontwerp van de database gemaakt en de applicatie geprogrammeerd (in COBOL). De fysieke bouw en optimalisatie van de database is uitgevoerd door mensen van de leverancier en de verkoop en uitrol van de applicatie bij de agenten was een belangrijke taak van het bedrijf zelf. Dat was een belangrijk middel van inkomsten.
Als nevenactiviteit gaf ik een aantal computercursussen, uiteenlopend van basicursus tot programmeren in Basic. De meeste van die cursussen waren in de avonduren en bijzonder leuk om te doen. Ook heb ik een aantal themacursussen verzorgd aan de landskampioensploeg waterpolo AZC en vrijwel alle directeuren van sportfondsenbaden. In beide groepen zaten bekende nederlanders. Door deze curssusen kwam ik weer in contact met andere organisaties met als uitvloeisel dat ik gedurende 2 jaar 's avonds in Alkmaar op de HTS les in verschillende AMBI modules heb gegeven. Daarna was het niet meer te combineren met de andere werkzaamheden.
1988 - 1990
Inmiddels was de software poot van ons detacheringsbedrijf zo gegroeid dat ik de functie van directeur (Atlas bv, een werkmaatschappij binnen HCS) kreeg en vanuit kantoor ging werken. Detachering was er niet meer bij, administratie, kontakten met klanten, begeleiden van personeel en aquisitie van nieuwe klanten was daarbij de hoofdmoot. Om de doorzettende groei te kunnen realiseren een tweetal kleine software bedrijven overgenomen zodat er een software bedrijf ontstond van meer dan 30 man personeel.
Misschien wel de leukste klus die ik heb mogen uitvoeren is tevens een klus die nooit gereed is gekomen. Maar de vele diciplines en het elan waarmee de klus in ieder geval begon en de vele bekende mensen die ik toen ontmoet heb, zijn een prachtige herrinnering.
Ben Essink, voor oudere onder ons bekend als de organisator van het enige Beatles concert in Nederland, had het plan om een Europese loterij, Teletombo genaamd, te organiseren. Een zo grote loterij bestond er in ieder geval in Europa, nog niet. Maar nog meer bijzonder werd het dat het plan was om de trekking live op tv in heel Europa te laten plaats vinden waarbij alleen de verkochte loten met de trekking meededen.
Veel diciplines waren hierbij van belang, maar de basis waar alles om draaide was de automatisering van het geheel, dus had hij de vraag bij diverse software bedrijven neer gelegd. Eigenlijk durfde niemand het aan, maar wij hebben de handschoen wel opgepakt. Vanwege de omvang en de vele nog niet bekende problemen konden we de klus alleen aannemen op basis van nacalculatie en dat bleek later ook onze redding.
Omdat het om veel geld zou gaan en veel goodwill in de betrokken landen gewonnen moest worden was er een raad van bestuur aangesteld onder voorzitterschap van oud-minister Luns. De overige leden waren voor ons nederlanders minder bekend, maar in eigen land genoten ze zeker bekendheid. Voor de volledigheid de volledige raad met land van herkomst en een van de in meeste gevallen, de bekende functie op dat moment:
| J.M.A.H. Luns | Nederland | oud-minister van Buitenlandse Zaken |
| W. de Clerq | België | oud-minister van Financien |
| A. Garriques Walker | Spanje | vice president van de europese liberale partij |
| P. Harmel | België | oud-minister van Buitenlandse Zaken |
| C.J. van der Klugt | Nederland | president directeur Philips |
| Lord R. Jenkins of Hillhead | Groot Brittannië | oud-minister van economische en financiele zaken |
| C. Ripa di Meana | Italië | voormalig EG commissaris instututile vraagstukken |
| G. Thorn | Luxemburg | oud-premier van Luxemburg |
| S. Veil | Frankrijk | oud-minister van Gezondheid |
Andere betrokkenen of betrokken organisaties waren Carel Enkelaar (NOS) voor alles wat met televisie te maken had, Joop van der Ende voor PR en free publicity, Paul Mertz als communicatie specialist en Henk van Mierlo voor alles wat met reclame te maken had. Binnen ons team was ik de verandwoordelijke en werd ook het aanspreekpunt voor alle andere betrokkenen. Dit betekende ook overleg met de hoofdsponsor van het geheel, Philips. Deze betaalde een bedrag als sponsoring en stelde tevens meer dan 12.000 pc's beschikbaar. Deze zouden uiteindelijk verspreid worden over Europa en op lokale verkoopcentrales geplaatst worden. Daardoor kwam ik ook in contact met de toenmalige directeur van der Klugt. Op zijn uitnodiging heb ik de wedstrijd PSV - Real Madrid bijgewoond.
Wij waren verantwoordelijk voor de programmering van deze 12.000 pc's op een zodanige manier dat ze niet gekraakt konden worden. Verkochte loten werden op floppies vast gelegd en wij waren ook verantwoordelijk voor het verwerken van deze floppies. Het opzetten van een verwerkingscentrale met helpdesk (met diverse taalondersteuning) behoorde daar ook bij.
Niet het moeilijkste, maar wel het belangrijkste was de ontwikkeling van de trekkingsoftware. Verwacht werd dat er 20 miljoen loten verkocht zouden worden en daaruit moest een lot getrokken worden op een wijze die elke discussie over fraude overbodig zou maken.
Administratief moesten procedures voor de verkooppunten en de courierdiensten in meerdere talen gemaakt worden, processen bedacht voor floppies die zoek zouden raken of niet vervoerd konden worden door weersomstandigheden of wat dan ook.
Ook nog zaken als productie van de loten (de nummers die op de loten vermeld werden moesten ook in onze trekkindatabase voorkomen) moest onze aandacht krijgen. Wat tot het laatst bewaard zou blijven was de wijze waarop de trekking live in beeld gebracht moest worden. Duidelijk moest zijn dat de trekking door een computer uitgevoerd wordt en bij voorbeeld in de vorm van steeds een volgend oplichtend cijfer van het uiteindelijk winnend lot zichtbaar gemaakt moest worden.
Zo waren er vele unieke uitdagingen op vele nieuwe terreinen.
Dit alles moest natuurlijk geld opbrengen voor een goed doel (uitroeien van polio), maar ook alle betrokkenen moesten betaald worden. Daarvoor was geld nodig en de sponsering van Philips was niet genoeg. Een sponserwerving in Brussel waarvoor een aantal grote bedrijven uitgenodigd waren, was daarvoor het middel. Om deze bijeenkomst wat meer gewicht te geven en om de uitgenodigde bedrijven over de streep te trekken, waren een aantal bekende personen uitgenodigd. Deze personen vormden ook de raad van bestuur en gaven legimiteit aan de het loterij. Als speciale gast was ook de schrijver Roald Dahl aanwezig. Omdat Luns had aangegeven dat een grote wens van hem een gesigneerd boek van Roald Dahl was, was een film gemaakt met als rode draad het ophalen van Roald Dahl uit Engeland en het signeren van het boek. Aan het einde van de film bleek Dahl een boek zelf aan Luns op het podium te overhandigen. Geweldig in scene gezet, maar daar waren dan ook toppers op hun gebied voor verantwoordelijk. De presentatie van de totale film waarin onder andere het Computer Uitwijk Centrum in Lelystad aan het bod kwam, werd verzorgd door Adriaan van Dis.
Aan de omvang van dit verhaal is duidelijk dat dit een geweldig project was, in omvang in beleving en ervaring. Toch ging het mis. Heel Europa moest meewerken. Dat betekende dat in ieder land een televisie maatschappij de uitzending moest doen, verschillende concurrerende banken moesten als betrouwbaar verkooppunt willen samenwerken en tenslotte moesten we voldoen aan alle wetgevingen. De verschillende problemen die daarbij ontstonden leidden tot vertragingen waardoor de doelstelling, een trekking met Kerstmis, in gevaar kwam en bijkomend dat de kosten te hoog opliepen. Daar kwam onze redding, want wij hadden onze uren regelmatig in rekening gebracht en betaald gekregen, dat in tegenstelling tot veel andere diciplines en betrokkenen. Later nooit meer iets van gehoord, ook van Ben Essink niet, die overigens tijdens het hele traject een charismatische man bleek die heel prettig in de omgang alle voorkomende problemen glad streek. Ook bleek hij op de juiste momenten altijd weer mensen binnen zijn netwerk te vinden die mee wilde doen.
Hoewel dit een geweldig project was waren de andere werkzaamheden niet van dien aard dat ik me als directeur Software gelukkig voelde.
1990 - 1992
De administratieve rompslomp, de klantenaquisitie en het ronselen van personeel was niet mijn ding.
Het bedrijf was inmiddels met veel publiciteit overgenomen en groeide stormachtig. Daardoor kwam een functie van Information & Facility Manager beschikbaar. Hiervoor werd iemand met veel binding met het bedrijf, kennis van automatiserings processen, een technische achtergrond en kennis of op z'n minst affiniteit met vele diciplines nodig. In die profielschets kon ik me vinden en dat heeft me een aantal jaren leuk en uitdagend werk opgeleverd.
Het pand was nog niet volledig in gebruik toen er diverse panden in Amsterdam, Eindhoven, Gorichem, Best en Den Bosch bijkwamen. Dat gaf wel een grote zorg. Daarbij werden de mensen uit deze panden overgeplaatst naar Nieuwegein en bleek ons hoofdpand direct te klein en moest in een naast gelegen pand 3 extra verdiepingen ingericht worden. Dat was ook het einde. De verdiepingen waren nog niet volledig in gebruik genomen toen het bedrijf failliet ging. De hele afwikkeling ging heel snel en van de ene dag op de andere moetsen alle panden ontruimd en opgeleverd worden. Een van de laatste die het bedrijf mocht verlaten was ik. Heel triest om te zien wat er over gebleven was van het eens zo trotse en grootse bedrijf, maar het werd tijd om een andere bron van inkomsten te zoeken.
1992 - 2003
Via een oud collega kwam een landelijk technisch installatie bedrijf in beeld. Een behoorlijk groot bedrijf met ca 600 man personeel, een tiental vestigingen met ieder hun eigen server en een ICT afdeling van 1 man ingehuurd voor ontwikkeling van een stuk software. Ik mocht dit team versterken, meewerken aan de software ontwikkeling en maken van bijbehorende documentatie en was daarmee de eerste ICT medewerker in vaste dienst. Alle andere werkzaamheden werden uitgevoerd als neventaak door mensen die soms geen idee hadden wat en waarom ze iets deden. Het hele netwerk gebaseerd op tokenring infrastructuur van Novell met DOS 5.1 en met WordPerfect en Lotus als belangrijkste software. Onze softwareontwikkeling gebeurde in Clipper. Na de eerste weken bleek er een grote onvrede bij het personeel op alle vestigingen te bestaan over het functioneren van het netwerk. De directie had daar niet direct een oog voor maar na voorzichtig masseerwerk kreeg ik toch de gelegenheid om de problematiek in beeld te brengen en oplossingen voor te stellen. Geld was hierbij een moeilijk punt, maar toch met behulp van een aantal plaatselijke managers konden we toch beginnen aan verbeteringen, gebaseerd op de Microsoft lijn. Die was toen nog niet zo overheersend, maar het bleek achteraf een juiste keuze. Windows 3.1 hebben we overgeslagen maar zijn direct naar Windows 95 gegaan en dat op zo'n 300 pc's. Ook de servers hebben we aangepakt en soms vernieuwd. Op de servers ging Windows NT draaien. Gelijktijdig met de invoering van deze nieuwe software zijn we overgegaan op ethernet en dus moesten ook alle netwerkkaarten vervangen worden. Die hele operatie hebben we op alle vestigingen moeten uitvoeren en dat zonder onderbreking van de bedrijfsprocessen en zonder dat er gegevens verloren gingen. Eigenlijk is dat hele proces redelijk goed verlopen, maar toen begonnen de problemen pas. Plaatselijk bleken er veel eigen oplossingen in Lotus en WordPerfect gemaakt te zijn en ook die software werd vervangen. Makers waren verdwenen en dus was het een hele uitzoekerij hoe het werkte en hoe het te vervangen bleek te zijn. Gebruikers moesten opgeleid worden in het gebruik van Windows 95 en Word en Excel. Voor sommige makkelijk omdat ze dat thuis al gebruikte, voor andere een heel karwei.
Na al deze vernieuwingen bleek toch dat er nog steeds veel storingen waren. Onderzoek leerde dat de bekabeling op veel vestigingen slecht tot zeer slecht was en dat bij een bedrijf dat zelf bekabeling bij klanten aanlegde. Het gezegde dat de vrouw van de dokter altijd ziek is of dat het huis van de schilder altijd kaal is, klopte hier dus ook weer.
Nu dan toch weer een voordeel dat het bedrijf zelf bekabeling kon aanleggen en nu dus goed. Daarna waren de storingen wel over.
Inmiddels waren we een paar jaar verder en stond de volgende migratie voor de deur. De ICT afdeling was inmiddels tot 5 man gegroeid en het aantal pc's tot 400. Weer een hele operatie. Pc's die aangepast of vervangen moesten worden, procedures die veranderd moetsen worden, hardware uitbreidingen van het netwerk en zo voort. De migratie was nu naar Windows 2000 op de meer dan 10 servers en Windows XP op de pc's. De software aanpassinen waren minder ingrijpend al werd veel software zoals AutoCad vervangen door nieuwere versies.
Een helpdesk met eigen ontwikkelde helpsoftware en incident registratie moest dit geheel ondersteunen. Opleiden van helpdeskpersoneel was best moeilijk, het invoeren van meerdere lijns hulp en het stroomlijnen van incidentafhandeling een hele klus.
2003 - afscheid

Toen dit allemaal liep en er niet zoveel meer te regelen viel kwam de VUT binnen bereik en was een prima moment om het werkzame leven af te bouwen.
Toch heeft het nog enige jaren geduurd voordat alle werkzaamheden tot nul gereduceerd waren, want nog lang leverde ik nog software ondersteuning voor 1 specifieke vestiging, dit tot zowel hun als mijn tevredenheid.

Als officiëel afscheid heb ik gekozen voor een diner met de collega's waarmee ik in al die jaren het meeste heb samen gewerkt. De foto's zijn voor het grootste deel genomen met het fototoestel dat ik als cadeau heb ontvangen.
Voorbeeld foto's